Sinds 1 juli 2024 zijn de regels over de minnelijke schuldbemiddeling, zoals opgenomen in boek XIX WER, van kracht. Ze gelden enkel voor aanvragen die na deze datum werden ingediend en niet voor op dat moment al lopende dossiers.
In een vorig artikel bespraken we al 5 prangende vragen voor de praktijk van de erkende instellingen voor schuldbemiddeling. Hieronder gaan we uitgebreider in op die nieuwe regelgeving. Veel daarvan zal erkende instellingen voor schuldbemiddeling bekend in de oren klinken. De wetgeving is immers grotendeels gebaseerd op hun huidige praktijk in dossiers met een consumentenkrediet.
In de Memorie van Toelichting lezen we: “Het doel van dit project is om een wettelijk kader te bieden voor minnelijke schuldbemiddeling. Het belang ervan vereist een wettelijk kader dat precies omschrijft wat minnelijke schuldbemiddeling is en wat de doelstellingen ervan zijn, evenals de rol van de minnelijke schuldbemiddelaar. De schuldenaar wordt geïnformeerd over het kader van de bemiddeling en wat hij ervan kan verwachten. Minnelijke schuldbemiddeling wordt dagelijks beoefend door erkende bemiddelingsdiensten. Het kader dat aldus voor dit ontwerp is vastgesteld, is gebaseerd op de jarenlange ervaring en professionele praktijk van deze diensten.”