Minnelijke schuldbemiddeling in het CBB: FAQ

Een bericht moet worden aangemaakt voor alle trajecten schuldbemiddeling die ten vroegste op 1 juli 2025 zijn opgestart.

Voor bepaalde trajecten die vanaf 1 juli 2025 zijn opgestart, is dus nog een inhaalbeweging nodig. Laat alleen een bericht aanmaken als het traject nog actief is wanneer je verzoekt om het bericht aan te maken. Informeer de cliënt erover voor je het bericht laat aanmaken. Zie daarvoor ook STAP 3 van het stappenplan. 

Dossiers die ondertussen zijn afgesloten, moet je niet laten registreren in het CBB. 

Neen. 

Artikel 1389octies van het Gerechtelijk Wetboek verwijst wel naar de schuldbemiddelaars genoemd in artikel VII.115 WER. Uit de memorie van toelichting en uit het verslag van de bespreking in commissie blijkt echter dat de wetgever ook de minnelijke schuldbemiddeling van boek XIX WER (toen nog een wetsontwerp) voor ogen had: 

‘Ter attentie van mevrouw Reuter verduidelijkt de vice-eersteminister dat de mededeling bedoeld in artikel 13 tot doel heeft om een minnelijke oplossing te bevorderen (…) Er werd terecht verwezen naar het wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake Economie (DOC 55 3856), dat een juridisch kader wil bieden voor de minnelijke schuldbemiddeling.’ 

Kortom: bij de opmaak van de wet over het bericht minnelijke schuldbemiddeling kon de wetgever nog niet verwijzen naar de schuldbemiddelaars die nu worden vernoemd in artikel XIX.20 WER. Bovendien komt de term minnelijke schuldbemiddeling niet voor in boek VII WER.

Dat het bericht minnelijke schuldbemiddeling niet beperkt is tot dossiers waarin een consumentenkrediet deel uitmaakt van de schuldenlast, ligt ook in de lijn van de doelstellingen van het CBB: 

‘(…) Het doel van het bestand van berichten is de personen die daartoe wettelijk gemachtigd zijn, de mogelijkheid te bieden kennis te nemen (…) van (…) de processen van schuldafbouw waarbij hij betrokken is.’ (artikel 1389bis/1, laatste lid Ger.W.)

Tot slot bestaat er enige onduidelijkheid over wat precies een kredietovereenkomst is volgens boek VII WER en dus ook of je over schuldbemiddeling kan spreken als de schuldenlast geheel of gedeeltelijk voortvloeit uit zo’n overeenkomst. 

Artikel I.9, 39° WER bepaalt: 

‘Kredietovereenkomst: elke overeenkomst waarbij een kredietgever een krediet verleent of toezegt aan een consument, in de vorm van uitstel van betaling, van een lening, of van elke andere gelijkaardige betalingsregeling (…).’ 

Artikel I.9, 34° WER definieert ‘kredietgever’ als volgt: 

‘elke natuurlijke persoon of elke rechtspersoon die, in het raam van zijn handels- of beroepsactiviteiten, een krediet toestaat (…).’

Neen.

Je laat berichten enkel aanmaken bij een ‘proces van schuldafbouw’. Zolang het bericht actief is, blijft de erkende instelling voor schuldbemiddeling de contactpersoon als in de toekomst een gerechtsdeurwaarder een nieuwe gerechtelijke invorderingsmaatregel overweegt of de opdracht krijgt om die uit te voeren. 

Dat is niet het geval bij een eenmalige tussenkomst waarbij de opvolging vrijwel meteen stopt, bijvoorbeeld wanneer een onthaaldienst een afbetaalplan onderhandelt.  

Een proces van schuldafbouw veronderstelt normaal verschillende stappen: de inkomsten, uitgaven en schulden inventariseren, sociale rechten uitputten, een budget vaststellen om menswaardig te kunnen leven, de gegrondheid van de schulden nakijken, een plan uitwerken om de gehele schuldenlast te regelen en dat plan voorleggen aan de schuldeisers, en de afgesproken betalingsregeling opvolgen, al dan niet gecombineerd met budgetbegeleiding of -beheer. 

Lees hier meer over in het artikel De minnelijke schuldbemiddeling van A tot Z uitgelegd.

Ook vanuit praktisch oogpunt heeft het weinig zin om bij een eenmalige tussenkomst een bericht aan te maken. Dat zorgt voor onnodige administratieve werklast: je moet het laten aanmaken en vrijwel onmiddellijk weer laten schrappen, mogelijk zelfs nog voordat het effectief is aangemaakt.

Neen.

Als enkel en alleen budgetbeheer of -begeleiding wordt aangeboden, is er geen sprake van een proces of traject van schuldafbouw. Budgetbeheer en -begeleiding zijn enkel gericht op de betaling van vaste kosten en lopende uitgaven, het voorkomen van schulden, meer financiële redzaamheid en begeleiding bij andere moeilijkheden door de kwetsbare financiële situatie.

Alleen als budgetbeheer of -begeleiding gepaard gaat met een traject minnelijke schuldbemiddeling, moet je een bericht laten aanmaken.

Let wel: het feit dat er tegelijkertijd ook budgetbeheer of budgetbegeleiding loopt, mag je niet doorgeven aan de gerechtsdeurwaarder die het bericht aanmaakt of schrapt. Die informatie behoort niet tot wat de wet omschrijft als noodzakelijk voor de aanmaak van het bericht. Volgens het AVG-principe van minimale gegevensverwerking mag je niet meer persoonsgegevens doorgeven dan daarvoor noodzakelijk is.

Een minnelijke schuldbemiddeling is opgestart zodra definitief is beslist om het traject te starten en beide partijen, de erkende instelling voor schuldbemiddeling en de cliënt, daarmee akkoord gaan. In de regel is dat na de ondertekening van een overeenkomst voor schuldbemiddeling.

Is de aanvraag tot schuldbemiddeling nog in onderzoek en worden er bijvoorbeeld alternatieven, zoals een collectieve schuldenregeling, overwogen? Of moet er intern nog een beslissing op hoger niveau genomen worden? Dan is het traject minnelijke schuldbemiddeling nog niet opgestart.

Je kan het bericht onmiddellijk na de opstart laten opmaken. Je hoeft niet te wachten op een bepaalde fase van het traject, zoals de inventarisatie van inkomsten, uitgaven en schulden of de vaststelling van een menswaardig budget. Lees meer over de verschillende fasen in het artikel De minnelijke schuldbemiddeling van A tot Z uitgelegd.

De wet voorziet geen minimum- of maximumtermijn waarbinnen je een bericht moet laten aanmaken. We gaan ervan uit dat je dit bericht zo snel mogelijk na de opstart laat aanmaken. Hou daarbij rekening met de afspraken die je hierover maakte met de betrokken gerechtsdeurwaarder. 

Zodra de aangezochte gerechtsdeurwaarder het bericht minnelijke schuldbemiddeling heeft aangemaakt, vertrekt er vanuit het CBB een automatisch bericht naar het opgegeven e-mailadres van de erkende instelling voor schuldbemiddeling.

De cliënt wordt niet automatisch op de hoogte gesteld als er een bericht aangemaakt is. Cliënten kunnen berichten op hun naam in het CBB wel raadplegen, waaronder het bericht minnelijke schuldbemiddeling. Dat kan online via de website Mijn akten en berichten. 

In dat geval moet je voor elke persoon een apart bericht laten aanmaken in het CBB. Het bericht minnelijke schuldbemiddeling is op naam van het individu en niet per dossier.

Neen.

De wet bepaalt stellig dat na de opstart van een minnelijke schuldbemiddeling een bericht minnelijke schuldbemiddeling wordt opgemaakt. Volgens onze interpretatie volgt daaruit dat een schuldbemiddelaar wettelijk verplicht is om het bericht te laten aanmaken en dat de cliënt geen recht heeft om zich daartegen te verzetten. Omdat de schuldbemiddelaar daarmee een wettelijke verplichting uitvoert, schendt die het beroepsgeheim niet door het bericht te laten aanmaken. 

Een cliënt die vooraf correct geïnformeerd is, kan natuurlijk wel weigeren een traject minnelijke schuldbemiddeling op te starten. 

De wet voorziet geen directe sanctie als de schuldbemiddelaar het bericht niet laat aanmaken. Weigert een cliënt pertinent dat er een bericht aangemaakt wordt, ook nadat die goed geïnformeerd is over de doeleinden ervan, de duurtijd van de registratie en het mogelijke belang ervan? Dan ontstaat voor de schuldbemiddelaar een deontologische afweging: enerzijds is er de wettelijke verplichting om het bericht te laten aanmaken, anderzijds is er de nood aan hulp en bijstand van de aanvrager.

Artikel 1391, §1 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt wie het CBB kan raadplegen en onder welke voorwaarden dat kan. Daardoor kunnen de volgende personen ook kennis nemen van een actief bericht minnelijke schuldbemiddeling: gerechtsdeurwaarders, advocaten, ambtenaren van de FOD Financiën en VLABEL, gewestelijke en provinciale ontvangers en gemeenteontvangers en bepaalde griffiers en magistraten. 

Al deze personen zijn gebonden door het beroepsgeheim. Artikel 1394bis/4 Ger.W. bepaalt:

‘Hij die in welke hoedanigheid ook deelneemt aan de verzameling, de verwerking of de mededeling van de in het bestand van berichten geregistreerde gegevens of kennis heeft van die gegevens, moet het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hem toepasselijk.’

De verplichting om in dialoog te treden met de instelling erkend voor schuldbemiddeling conform artikel 1391bis van het Gerechtelijk Wetboek geldt alleen voor gerechtsdeurwaarders. Ze geldt bijvoorbeeld niet voor ambtenaren van de FOD Financiën.

De gerechtsdeurwaarder moet de instelling voor schuldbemiddeling contacteren zodra die van een schuldeiser een nieuwe opdracht krijgt om een gerechtelijke invorderingsmaatregel uit te voeren en er een actief bericht minnelijke schuldbemiddeling in het CBB staat.

Het is dus niet zo dat elke gerechtsdeurwaarder met een bestaand maar (slapend) invorderingsdossier tegen een cliënt spontaan de schuldbemiddelingsdienst zal contacteren zodra het bericht is aangemaakt. Zolang de gerechtsdeurwaarder geen nieuwe opdracht krijgt, ontstaat die contactplicht niet. 

Daarom blijft het belangrijk om bij opstart van een traject minnelijke schuldbemiddeling, met toestemming en de e-ID van de cliënt, ook het CBB en CREA na te kijken. Dat kan via de website Mijn akten en berichten. Benader als schuldbemiddelingsdienst ook proactief de betrokken gerechtsdeurwaarders met lopende dossiers, in plaats van te wachten tot deze nieuwe regeling wordt toegepast. 

Gerechtsdeurwaarders zijn verplicht om het CBB te raadplegen in de volgende gevallen:

  • dagvaarding tot betalen van een geldsom 
  • betekening van een vonnis dat een veroordeling tot betalen bevat 
  • betekening van een bevel tot betalen 
  • uitvoerend beslag 
  • procedure van verdeling 
  • betekening van een aanmaning tot betalen (IOS b2B)  

Net zoals het laten aanmaken van het bericht een wettelijke plicht is voor de erkende instelling voor schuldbemiddeling, is het voor de betrokken gerechtsdeurwaarder een wettelijke plicht om de minnelijke schuldbemiddelaar te contacteren. De gerechtsdeurwaarder kan dat niet weigeren. 

De wet voorziet dat de gecontacteerde instelling voor schuldbemiddeling binnen de maand reageert. Het doel is om in dialoog te treden en na te gaan of een minnelijke oplossing mogelijk is, zodat de invorderingsmaatregelen en de kosten die eraan verbonden zijn, vermeden kunnen worden. Reageert de instelling niet binnen die maand, dan kan de gerechtsdeurwaarder ervan uitgaan dat er geen minnelijke oplossing mogelijk is.

De wet bepaalt niet wat die eventuele minnelijke oplossing moet inhouden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een volledige betaling van de schuld of om een voorstel tot afbetaling ervan.

Je kan ook melden dat de minnelijke schuldbemiddeling nog in opstartfase zit en vragen om nog even geduld te hebben. Bijvoorbeeld omdat je de financiële situatie nog in kaart brengt om een realistische inschatting te maken van de haalbare schuldaflossingscapaciteit.

Een andere mogelijkheid is om meer details en bewijsstukken van de schuld op te vragen. Als schuldbemiddelaar moet je immers ook de wettelijkheid van de schuld controleren.

Zoals steeds bij minnelijke schuldbemiddeling kunnen schuldeiser en schuldinvorderaar niet verplicht worden om met een voorgestelde oplossing akkoord te gaan. 

De memorie van toelichting stelt expliciet dat er tijdens die maand geen moratorium geldt. Anderzijds, rekening houdend met het doel van het bericht - namelijk kosten vermijden - en de bemiddelende en faciliterende rol van de gerechtsdeurwaarder, mag je ervan uitgaan dat de gerechtsdeurwaarder normaal een maand wacht met de uitvoering van de opdracht. 

Of dat gebeurt, kan ook afhangen van de opdrachtgever-schuldeiser en diens uitdrukkelijke instructies. Er kunnen ook andere redenen zijn om niet te wachten, bijvoorbeeld om een zeer nakende verjaring te vermijden.

De wet bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder de volgende informatie meedeelt: 

  • zijn opdracht, bijvoorbeeld beslaglegging
  • het bedrag van de vordering

Dit omvat ook wie de opdrachtgevende schuldeiser is en om welke vordering het gaat. 

De wet bepaalt niet hoe gedetailleerd het bedrag van de vordering moet worden meegedeeld. Het kan bijvoorbeeld gaan om de totale som of om een opsplitsing in hoofdsom, intresten en kosten. 

Het eerste contact tussen gerechtsdeurwaarder en erkende instelling voor schuldbemiddeling is vooral bedoeld om in dialoog te treden en na te gaan of nog een minnelijke oplossing mogelijk is zodat de invorderingsmaatregel en de kosten eraan verbonden kunnen worden vermeden. 

Als dat nodig is, kan de schuldbemiddelingsdienst daarna meer details of bewijsstukken opvragen.

De schuldbemiddeling is beëindigd als de erkende instelling voor schuldbemiddeling niet langer betrokken is bij het proces van schuldafbouw en het gezamenlijke traject werd beëindigd.

Dit betekent niet noodzakelijk dat alle schulden zijn terugbetaald. 

Treedt de erkende instelling niet langer op als minnelijk schuldbemiddelaar en is ze niet langer het aanspreekpunt voor oude of nieuwe schulden van de persoon? Dan is de schuldbemiddeling beëindigd. Voor die beëindiging kunnen verschillende redenen zijn. Denk bijvoorbeeld aan iemand die de schuldbemiddeling zelf beëindigt, een stopzetting omdat de samenwerking niet meer correct verliep, of een verhuis.

Ook als de schulden zijn terugbetaald, maar de persoon daarna nog verder begeleiding krijgt, zoals budgetbeheer of woonbegeleiding, is de schuldbemiddeling beëindigd en moet het bericht geschrapt worden.

De wet voorziet geen minimum- of maximumtermijn waarbinnen je het bericht moet schrappen. We gaan ervan uit dat dit zo snel mogelijk na de beëindiging moet gebeuren. 

Vergeet je het bericht te laten schrappen? Dan kan een gerechtsdeurwaarder je instelling contacteren, omdat die ervan uitgaat dat het traject minnelijke schuldbemiddeling nog loopt. Je kan dan alsnog proberen je ex-cliënt te contacteren of het bericht laten schrappen.

Het bericht wordt sowieso automatisch geschrapt na 5 jaar.

Als de ex-cliënt zelf vaststelt dat het bericht nog actief is, bijvoorbeeld via de website Mijn akten en berichten, kan die het AVG-recht op verbetering gebruiken om zelf de schrapping te eisen.

Dan moet je een nieuw bericht laten aanmaken. De wettelijke regeling voorziet geen mogelijkheid om een bestaand bericht minnelijke schuldbemiddeling te verlengen.

Neen.

De betrokken gerechtsdeurwaarder wordt vergoed door het SoFo-fonds, het Solidariteitsfonds van gerechtsdeurwaarders.