Bouwsteen 1 - strategie: meerwaarde visie en positionering

Image
Rode bouwsteen

Online werken kan veel betekenen voor je praktijkwerking. De online en offline leefwereld zijn sterk met elkaar verweven: spanningen, groepsdynamieken en verhalen ontstaan vaak online, maar hebben tegelijk impact op de fysieke leefwereld van burgers – en omgekeerd. Door aandacht te hebben voor de online dimensie kun je beter begrijpen wat er leeft en sneller inspelen op spanningen, conflicten of geweld. Daarnaast kan je werking zo ook beter aansluiten bij de leefwereld van de doelgroep.

Tegelijk is online werken geen doel op zich. Het vraagt tijd, aandacht en soms nieuwe vaardigheden of middelen. Niet elke organisatie moet hier zomaar op inzetten. Als je deze Assistentiekit in handen hebt, heb je waarschijnlijk al besloten dat wat er zich online afspeelt relevant is voor jouw organisatie. Toch is het belangrijk om bewust te reflecteren over wanneer en waarom online werken een meerwaarde biedt voor je eigen werking en opdracht. Deze bouwsteen helpt twee kernvragen te verkennen:

Waarom willen wij online werken en wat betekent dit concreet voor onze werking?

3 samenhangende elementen

Bij deze bouwsteen staan drie nauw samenhangende elementen centraal: meerwaarde, visie en positionering.

  • Meerwaarde – Het vertrekpunt ligt bij de meerwaarde: waarom is online werken relevant voor jouw organisatie? Welke bijdrage kan het leveren aan jouw opdracht? Een gedeeld beeld hierover helpt om gerichte keuzes te maken en bepaalt mee waar je al dan niet op inzet.
  • Visie – Vanuit die meerwaarde ontwikkel je samen een visie. Die visie geeft richting: ze maakt duidelijk wat online werken betekent binnen de organisatie, welke doelstellingen ermee verbonden zijn en hoe het aansluit bij de bredere werking. Ze vormt het kader waarbinnen medewerkers handelen en waarop andere bouwstenen verder bouwen.
  • Positionering – Die visie vertaalt zich vervolgens in een positionering: hoe neem je als organisatie een plek in binnen de online leefwereld van je doelgroep? Welke rol wil je opnemen, bijvoorbeeld in het bereiken van doelgroepen, het aangaan van interactie of het oppikken van signalen? Samen zorgen deze drie elementen voor een fundament voor een duurzame online werking. Ze zorgen ervoor dat online werken geen losse of ad-hoc-activiteit wordt, maar een bewuste en onderbouwde keuze, afgestemd op de bredere werking van je organisatie. Het vormt een eerste stap die richting geeft aan keuzes van praktijkwerkers en teams binnen je organisatie, zodat zij bij het uitwerken van concrete acties daarop kunnen voortbouwen.

Hoe kom je tot een gedragen en doordachte visie op online werken?

Leidinggevenden spelen hierin een sleutelrol. Zij kunnen de reflectie over de meerwaarde, visie en positionering van online werken voor de eigen organisatie of lokaal bestuur faciliteren en zorgen dat deze ideeën gedeeld worden binnen het team en de organisatie.

Ga hierover in gesprek met de medewerkers binnen je dienst, of zelfs met medewerkers van verschillende diensten binnen je organisatie (bijvoorbeeld de jeugddienst, de preventiedienst, de welzijnsdienst, en de communicatieafdeling) en vertrek vanuit concrete situaties waarin online dynamieken een rol speelden. Door ervaringen en perspectieven te bundelen, ontstaat een gedeeld kader dat richting geeft aan verdere keuzes. Elk van deze actoren ziet immers een ander deel van de realiteit. Voor de ene is online werken bijvoorbeeld belangrijk om beter te begrijpen wat er leeft bij een specifieke doelgroep, of om de werking te verbreden naar een doelgroep waar je in de fysieke wereld geen grip op krijgt. Voor de andere is het belangrijk om op een meer laagdrempelige manier bereikbaar te zijn of om beter te kunnen afstemmen met partnerorganisaties als scholen, politie, jeugdwerk of welzijnsorganisaties.

Belangrijk: Hou bij het gesprek over visie en meerwaarde rekening met hoe online en offline werkvormen elkaar kunnen versterken. Online werken betekent niet volledig digitaal werken; het gaat om een doordachte integratie van online elementen binnen je bestaande praktijk. Zo kan een jeugdwerker spanningen die ontstaan op sociale media meenemen in een groepsgesprek tijdens een fysieke activiteit. Of: een organisatie kan sociale media gebruiken om contact te houden met jongeren, waardoor de drempel naar fysieke deelname lager wordt.

Probeer vanuit dit gesprek ook enkele basisprincipes te formuleren die houvast bieden voor de verdere uitbouw van jullie online werking.

Tijd voor actie: concrete tips en reflectievragen

Onderstaande tips en reflectievragen kunnen helpen om het gesprek te structureren. Hierbij probeer je vooral zicht te krijgen op waarom online werken relevant is voor jullie organisatie, welke verwachtingen er leven, en welke rol jullie willen opnemen in het omgaan met online dynamieken.

Start met een verkennende analyse van waar online dynamieken vandaag al zichtbaar zijn in jouw werking of de bredere lokale praktijk.

Betrek hierbij eventueel verschillende diensten en partnerorganisaties (preventie, politie, jeugdwerk, onderwijs, welzijn) om tot een vollediger beeld van de mogelijke meerwaarde van online werken te komen. Signalen uit jeugdwerk, scholen, preventiediensten of politie kunnen helpen om te bepalen waar aandacht voor online dynamieken een meerwaarde kan bieden (bijvoorbeeld signalen van spanningen die via sociale media binnenkomen, conflicten tussen leerlingen die online ontstaan).

Denk na over welke maatschappelijke uitdagingen je beter kan begrijpen via online werken. Online dynamieken spelen vaak een belangrijke rol bij lokale problemen, zoals polarisatie tussen groepen, online groepsdruk bij jongeren, of de verspreiding van bepaalde verhalen.

Probeer deze vragen te beantwoorden en te concretiseren:

  • Welke meerwaarde kan online werken bieden voor onze organisatie?
  • Waarom vinden wij het belangrijk om aandacht te hebben voor de online leefwereld van onze doelgroep?
  • Welke signalen of dynamieken missen we vandaag misschien omdat ze online plaatsvinden?
  • Hoe kan online informatie helpen om lokale spanningen beter te begrijpen?

  • Koppel online werken aan de bestaande missie en beleidsdoelstellingen van je organisatie (bijvoorbeeld het versterken van preventie of het verhogen van je bereik bij kwetsbare doelgroepen).
  • Vermijd dat online werken een los project wordt, en veranker het in bestaande beleidslijnen (bijvoorbeeld opnemen in een beleidsplan of actieplan).
  • Gebruik gedeelde begrippen en maak expliciet wat jullie bedoelen met termen als ‘online werken’ en ‘online signalen’ (bijvoorbeeld wanneer iets als ‘signaal’ wordt beschouwd).
  • Leg de belangrijkste uitgangspunten vast in een korte visienota (bijvoorbeeld hoe je als organisatie omgaat met online signalen of hoe je je interactie met de doelgroep vormgeeft).
  • Probeer deze vragen te beantwoorden en te concretiseren:
    • Hoe willen wij de online dimensie integreren in onze werking?
    • Wanneer beschouwen wij online werken als waardevol?
    • Wanneer beschouwen wij onze online werking als geslaagd?

  • Maak expliciet wat binnen het mandaat van medewerkers valt (bijvoorbeeld wel signaleren en bespreken, maar niet actief monitoren of infiltreren in groepen).
  • Betrek hierbij eventueel andere diensten en partnerorganisaties om tot een gesprek rond een gedeelde aanpak met rolduidelijkheid voor iedere actor te komen.
  • Probeer deze vragen te beantwoorden en te concretiseren:
    • Welke rol willen wij opnemen in het begrijpen of signaleren van online spanningen?
    • Wat valt binnen ons mandaat en wat niet?

Je kan deze reflectie op verschillende manieren doen:

Individueel: Denk na over concrete situaties die je tegenkomt en noteer gedurende enkele weken kort online signalen of voorbeelden van hoe online elementen je werk beïnvloeden.

Samen met een collega: Bespreek signalen en ervaringen in duo-reflecties of intervisie.

In teamoverleg: Breng concrete voorbeelden in waarin online dynamieken een rol speelden en bespreek hoe dit je werk beïnvloedt.

De antwoorden op deze vragen geven richting aan je acties en helpen je om gerichte keuzes te maken over waar je wel en niet op inzet. Zo kan je kiezen wat echt waarde toevoegt binnen jouw rol, context en doelgroep.

Dit maakt je online werk gerichter en beter hanteerbaar, en zorgt ervoor dat het een bewuste en onderbouwde aanvulling vormt op je bredere werking.

Belangrijk: hou bij deze denkoefening rekening met hoe online en offline werkvormen elkaar kunnen versterken. Online werken betekent niet volledig digitaal werken; het gaat om een doordachte integratie van online elementen binnen je bestaande werking.

Zo kan je als jeugdwerker spanningen die ontstaan op sociale media meenemen in een groepsgesprek tijdens een fysieke activiteit. Of: je kan als jeugdwerkorganisatie sociale media gebruiken om contact te houden met jongeren, waardoor de drempel naar fysieke deelname lager wordt.

Meer weten? Onlinehulp-Vlaanderen als ondersteuning bij drempels of onzekerheden

Het samenwerkingsverband Onlinehulp-Vlaanderen, waar SAM partner van is, is het expertisenetwerk voor ondersteuning, onderzoek en ontwikkeling van online en blended werken in het domein welzijn, volksgezondheid en gezin. Dit netwerk van partnerorganisaties biedt informatie en advies, methodieken, implementatie, competentiebevordering en beleidsontwikkeling inzake online en blended werken.

Het ontwikkelde verschillende instrumenten die organisaties hierbij kunnen ondersteunen. Zo vind je in hun mediatheek een vragenlijst rond medewerkersvertrouwen bij online werken. Deze tool helpt organisaties zicht te krijgen op waar medewerkers onzekerheden of drempels ervaren. Zo wordt duidelijk op welke domeinen extra ondersteuning, vorming of duidelijke afspraken nodig zijn. Klik door als je op zoek bent naar informatie, onderzoek, ondersteuning of een leeraanbod.

Goede praktijk: spanningen rond een internationaal conflict

In een middelgrote gemeente merkt de preventiedienst dat spanningen rond een internationaal conflict steeds vaker zichtbaar worden. Jeugdwerkers signaleren verhitte discussies tijdens activiteiten en ook scholen geven aan dat gesprekken in de klas steeds vaker escaleren.

Tijdens overleg binnen het lokale preventienetwerk groeit het besef dat deze spanningen niet losstaan van wat er online gebeurt. Daarom beslist de preventiedienst om ook de online leefwereld van jongeren beter in beeld te brengen. Medewerkers bekijken publiek toegankelijke posts en discussies die lokaal circuleren en merken dat bepaalde filmpjes, memes en berichten gedeeld worden binnen lokale jongerenkringen. De toon van de online discussies is steeds scherper.

Door deze online signalen te koppelen aan observaties uit jeugdwerk en onderwijs ontstaat een duidelijker beeld: spanningen worden vaak eerst online aangewakkerd en daarna meegenomen naar de fysieke leefwereld. Dit inzicht helpt om gerichter te reageren, bijvoorbeeld door jeugdwerkers en scholen te ondersteunen in het bespreekbaar maken van het thema.

Tegelijk vormt deze ervaring de aanleiding om structureler na te denken over de rol van online werken binnen de organisatie. De preventiedienst organiseert een visieworkshop met medewerkers uit jeugdwerk, politie, onderwijs en welzijn.

Tijdens deze workshop vertrekken de deelnemers vanuit concrete situaties waarin online dynamieken een rol speelden. Ze bespreken hoe deze signalen werden opgepikt, welke rol elke dienst hierin had en waar er nog onduidelijkheden of drempels lagen.

Op basis van dit gesprek formuleren ze een gedeeld kader: waarom aandacht voor online dynamieken belangrijk is (meerwaarde), hoe ze dit willen opnemen binnen hun werking (visie), en welke rol elke partnerorganisatie daarin opneemt (positionering).

De workshop resulteert in een korte visienota en praktische afspraken, bijvoorbeeld over wanneer online signalen besproken worden, hoe ze gedeeld worden met partnerorganisaties en wat binnen het mandaat van elke afzonderlijke partnerorganisatie valt.