Bouwsteen 3 - kennis, vaardigheden en attitude

Image
Donkergroene bouwsteen

Professioneel online aan de slag gaan rond geweldpreventie vraagt een combinatie van kennis, vaardigheden en een passende attitude. De centrale vraag in deze bouwsteen is dan ook:

In deze bouwsteen staat dan ook de volgende vraag centraal:

Welke kennis en vaardigheden heb je als praktijkwerker nodig om online aan de slag te gaan, en hoe kan je deze verkrijgen?

Online werken vraagt om bijkomende kennis en vaardigheden. Zo is het belangrijk dat je als praktijkwerker inzicht hebt in de online leefwereld van je doelgroep: welke platforms gebruiken ze, welke omgangsvormen en taal hanteren ze, en welke trends leven er?

Daarnaast is kennis van online platforms en tools essentieel. Je hebt wel wat inzicht nodig in hoe deze werken en hoe je ze correct kan gebruiken, bijvoorbeeld door instellingen goed te beheren, content te modereren en gebruik te maken van rapporteringsmogelijkheden. Ook kennis van juridische kaders, zoals privacy en gegevensbescherming, is in een online context onmisbaar.

Verder is het belangrijk dat je als praktijkwerker begrijpt hoe online interacties en dynamieken functioneren. Denk hierbij aan anonimiteit, de snelheid waarmee informatie zich verspreidt en het bestaan van een ‘meekijkpubliek’. In die context moet je ook inzicht hebben in hoe geweld zich online manifesteert, zoals bij online gewelddadige radicalisering, cyberpesten, online intimidatie, shaming of haatspraak. Het herkennen van signalen van escalatie of onveiligheid is daarbij cruciaal, ook wanneer deze subtiel zijn, zoals bij uitsluiting, groepsdruk of toxische interacties.

Behalve om kennis en vaardigheden vraagt online werken ook om een specifieke houding. Bepaalde accenten zijn online sterker aanwezig dan in face-to-face-werk. Zo vraagt online communicatie extra voorzichtigheid, omdat non-verbale signalen zoals lichaamstaal en intonatie ontbreken. Dit betekent dat je als praktijkwerker bewust moet omgaan met je eigen communicatie en interpretatie van boodschappen, om misverstanden te vermijden.

Sowieso blijft een kritische houding ten aanzien van online dynamieken essentieel. Wat online zichtbaar is, is immers niet altijd representatief of volledig. Daarom is het belangrijk dat je leert om informatie en interacties in hun context te plaatsen, de betrouwbaarheid ervan in te schatten en inzicht te hebben in hoe algoritmes en platformen mee bepalen welke informatie zichtbaar wordt en hoe die zich verspreidt.

Gelukkig zijn er online al heel wat beschikbare tools (‘competentiekaders’) beschikbaar om te kijken waar jij staat.

Check hoe digitaal je al bent

Jouw sector online

Gericht op de brede sociale sector ontwikkelde Onlinehulp Vlaanderen samen met partners Een kader voor digitale competenties van sociale professionals, dat digitale competenties binnen het sociaal werk verduidelijkt en helpt om hierover een gedeelde taal te hanteren.

In de onderwijssector is er DigCompEdu, een Europees referentiekader dat de digitale competenties van leraren in beeld brengt en inzet op het doordacht gebruik van digitale technologie in het onderwijs. Een voorbeeld van een competentiekader binnen het jeugdwerk is het Competence Framework for Digital Youth Work Practice uit het Skill IT for Youth-project, een Europees initiatief dat de digitale competenties van jeugdwerkers beschrijft en aangeeft wat nodig is om effectief te werken binnen ICT, digitale en sociale media, en dit ondersteunt met een online zelfevaluatietool om hun vaardigheden in kaart te brengen en te versterken.

Voor de zorg- en welzijnssector biedt Mediawijs een zelfscan waarmee zorgmedewerkers hun digitale vaardigheden kunnen inschatten en zo inzicht krijgen in hun digitale competenties. Daarnaast is er ook een meer algemene test van Mediawijs die niet sectorspecifiek is en een ruwe mediaprofielschets geeft. Hiermee kan je nagaan welk mediaprofiel je zelf of je collega’s hebben, wat helpt om zicht te krijgen op aanwezige competenties en mogelijke versterkingsnoden.

Andere handvatten en vormingen over de online wereld

Mediawijs biedt tools, informatie en opleidingen om mediawijsheid en digitale competenties te versterken, met onder meer trajecten tot mediacoach binnen je organisatie en workshops en vormingen die je kan boeken voor professionals rond thema’s zoals online relaties, nieuwsgeletterdheid, AI en digitale inclusie. Mediawijs biedt ook online trainingsmodules zoals No Cap, dat focust op polarisatie en identiteit, en dat leerkrachten handvatten biedt om hiermee om te gaan in de klas. Ook bij Uit De Marge kan je terecht voor relevante vormingen. Deze zijn gericht op jeugd(welzijns)werkers en bieden onder meer vormingen aan rond online radicalisering en rekrutering van jongeren, evenals rond het versterken van de weerbaarheid van jongeren en jeugdwerkers tegen online haat.

Gevestigd binnen het veld is het Apenstaartjaren-onderzoek, dat tweejaarlijks wordt uitgevoerd door MediaRaven, imec-MICT-UGent en Mediawijs. Dit onderzoek brengt de digitale leefwereld van Vlaamse kinderen en jongeren tussen 6 en 18 jaar in kaart en vormt een belangrijke basis voor verder praktijkgericht werk. Vanuit deze inzichten organiseert MediaRaven ook verschillende vormingen, zoals Apenstaartjaren: de digitale leefwereld van kinderen en jongeren, gericht op leerkrachten, opvoeders en jeugdwerkers, 
waarbij wordt ingezoomd op de resultaten van het onderzoek. Daarnaast is er de vorming Deep dive: sociale media en apps, waarin professionals een beter inzicht krijgen in verschillende apps en hun onderliggende dynamieken.

Het Hannah Arendt Instituut ontwikkelt eveneens verschillende trainingen en webinars rond dit thema.
Zo is er de e-learning Reconnect: hoe pak je online polarisatie aan?, die medewerkers van lokale besturen en organisaties concrete handvatten aanreikt voor de aanpak van online polarisatie. Daarnaast is er ook de e-learning PolarProf, een online training voor lokale besturen rond polarisatie, desinformatie en haatspraak. Ook het rapport Online polarisering: Slim omgaan met trollen, hartluchters, meelezers en meer van het Vlaams Vredesinstituut biedt inzichten in de oorzaken van schadelijke polarisering en hoe je hier constructief mee kan omgaan. Op basis van analyses van online debatten op onder meer Twitter, Facebook en Instagram rond vijf thema’s, brengt het rapport in kaart welke factoren de kans op vijandige reacties vergroten. Daarnaast onderscheidt het vijf types gebruikers, zoals disputanten, hartluchters, meelezers, trollen en debat-entrepreneurs, op basis van hun motieven en gedrag online.

Fysieke werkvormen als ondersteunend instrument bestaan ook, zoals de WOW-fiches van Pimento vzw. WOW staat voor ‘Weerbaar op het Web’ en richt zich op leerkrachten en jeugdwerkers. De fiches bieden
uitleg rond thema’s zoals online haatspraak, cyberpesten en online identiteit, aangevuld met spel- en werkvormen om hiermee aan de slag te gaan in de praktijk. Een gelijkaardig initiatief is het Digitaal Moreel Kompas, samen met de bijhorende poster, ontwikkeld door de Nederlandse onderwijsinstelling ROC Friese Poort. Het kompas biedt een leidraad die onderwijsprofessionals en anderen die met jongeren werken ondersteunt bij het begeleiden van verantwoord online gedrag en het vormen van kritische, weerbare digitale burgers.

Om specifiek inzicht te verwerven in de gevaren van de online wereld voor jongeren, is er de handleiding Jongline – over fenomenen, gevaren en kansen in de online leefwereld van jongeren uit Nederland, ontwikkeld door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ). Deze is in eerste instantie gericht op veiligheids- en zorgprofessionals, maar is in feite relevant voor iedereen die een eerste inzicht wil krijgen in de online leefwereld van jongeren. De handleiding biedt een overzicht van platformen, dynamieken, fenomenen en trends die daarin een rol spelen. Aanvullend is er ook een overzichtelijke poster met duiding over de ‘online risico’s voor jongeren en achterliggende kwetsbaarheden’.

Dit kan een hele boterham lijken, en misschien zelfs onhaalbaar om jezelf in al deze aspecten te trainen. Toch zijn er ook zaken die je gerust kunnen stellen:

Veel kennis en vaardigheden die je als praktijkwerker inzet in je fysieke werking blijven ook online relevant, al kunnen er enkele accenten verschuiven. Denk bijvoorbeeld aan het
respectvol en niet-oordelend omgaan met de doelgroep, ook in gespannen online situaties. Vertrek daarom zo veel mogelijk vanuit de kennis en expertise die je al hebt opgebouwd in je werkdomein en in je offline praktijk. Bouw hierop verder in plaats van alles als nieuw te benaderen of volledig opnieuw te moeten uitvinden.

 

De online wereld verandert voortdurend: platforms, hypes, communicatiestijlen, symboliek, taal en subculturen evolueren razendsnel. Het is niet realistisch – en ook
niet wenselijk – om altijd volledig mee te zijn met al deze ontwikkelingen. Er zijn andere manieren om hiermee om te gaan. In plaats van te proberen alles te weten, kan je als praktijkwerker inzetten op andere, meer duurzame manieren van leren en ontwikkelen:

  • Focus op wat voor jouw werking het meest relevant is en maak bewust keuzes in waar je in vorming of opleiding op inzet en waar niet. In plaats van alle online platforms en fenomenen actief te willen volgen, kun je beter stap voor stap je kennis opbouwen en actualiseren.
  • Leren door aanwezigheid en ervaring. Niet alles kan worden opgelost met vormingen alleen. In plaats daarvan kun je ook aanwezig zijn in online contexten en de leefwereld van de doelgroep actief verkennen. Kennis ontstaat ook door ervaring en herhaalde blootstelling aan deze online realiteit. Het is daarom belangrijk dat je de tijd en ruimte neemt om online leefwerelden te verkennen en er vertrouwd mee te raken.
  • Leren van de doelgroep. Met een open en nieuwsgierige houding kom je vaak al ver. Door in gesprek te gaan met de doelgroep leer je waar zij actief zijn, hoe zij naar de online wereld kijken, welke trends ze volgen en wat zij betekenisvol vinden. Dit helpt ook bij het interpreteren van specifieke woorden en symbolen, het herkennen van onderliggende betekenislagen en het aanwezig zijn op de juiste fora. Ook het betrekken van de doelgroep zelf kan waardevol zijn.

Leren van jongeren

Een inspirerend voorbeeld is Jong InZicht – De Online Jongeren Trendmonitor. Daarbij verzamelen Amsterdamse jongeren tussen 12 en 22 jaar, begeleid door jongerenwerkers, gedurende een bepaalde periode online trends en thema’s uit hun online leefwereld. Deze inzichten worden vervolgens gebundeld in een toegankelijke publicatie die online raadpleegbaar is voor professionals en geïnteresseerden, met als doel de kloof te verkleinen tussen wat jongeren online ervaren en wat professionals waarnemen. Het initiatief omvat ook een actieve LinkedIn-groep waarin online trends en signalen uit de jongerenwereld worden opgevolgd en besproken.

Ook het delen van kennis en ervaringen is een belangrijke bron van leren. Zowel binnen het team als met je bredere lokale netwerk kan dit helpen om situaties beter te begrijpen.
Door samen te reflecteren ontstaat een rijker en genuanceerder beeld, en groeit jouw vertrouwen in je eigen handelen.

  • Sommige vormen van geweld online zijn relatief duidelijk te herkennen, bijvoorbeeld dreigingen of geweldsbeelden. Tegelijk bewegen veel uitingen zich in grijze zones. Mensen gebruiken symbolen, specifieke taal of humor, waarbij de betekenis niet altijd eenduidig is. Daarom is het belangrijk om ook te letten op bredere patronen, zoals het verheerlijken van geweld, het systematisch aanvallen van anderen, ontmenselijkende taal of deelname aan groepen waar geweld genormaliseerd wordt.
  • Context blijft daarbij essentieel. De betekenis van een signaal hangt af van de situatie waarin het voorkomt. Zo kan een jongere online ‘grappige’ memes delen die kwetsend zijn tegenover een bepaalde groep. In gesprek kan echter blijken dat dit geen losse humor is, maar deel uitmaakt van een bredere evolutie in denken en gedrag, waarbij de jongere zich steeds negatiever uit over die groep.
  • Het herkennen en duiden van signalen vraagt daarom dat je kijkt naar de bredere context en onderliggende patronen. Afstemming met collega’s en, waar nodig, met externe partnerorganisaties kan hierbij helpen.

Tools om online signalen te interpreteren

Online signalen interpreteren kan soms een uitdaging zijn – een eenduidig interpretatiekader bestaat niet – maar tools zoals de Routekaart 2.0 Samenwerken bij online jeugdcriminaliteit kunnen wel helpen bij het duiden en opvolgen van zorgwekkende signalen. Hoewel deze tool uit Nederland komt en dus in een deels andere context is ontwikkeld, kan ze toch dienen als houvast of inspiratie, Ze biedt concrete vragen die je jezelf als praktijkwerker kan stellen om online zorgwekkende berichten te begrijpen en meer zicht te krijgen op de context ervan. De routekaart bekijkt hierbij casussen van verschillende online fenomenen, zoals online aangejaagde ordeverstoringen, gewelddadige radicalisering, en rivaliserende jongerengroepen. Daarnaast is er ook het overzicht Subtiele signalen bij jongeren: een lijst rode vlaggen online én offline van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, dat mogelijke risicosignalen in de leefwereld van jongeren bundelt en zo ondersteuning biedt bij risico-inschatting.