Bouwsteen 2 - interne afspraken

Image
Paarse bouwsteen

Online werken brengt specifieke uitdagingen met zich mee. Als praktijkwerker heb je dan ook nood aan duidelijke afspraken en houvast. Je moet weten wat er concreet van je verwacht wordt, waar de grenzen liggen in je online handelen, en hoe je best omgaat met concrete uitdagingen die zich online kunnen voordoen.

Dit is in eerste instantie de opdracht van je leidinggevende: die moet de visie op waarom en hoe jullie online willen werken vertalen naar duidelijke afspraken en concrete richtlijnen voor jou en je collega’s. Idealiter gebeurt dit in overleg met het team, maar het is ook waardevol om hier als praktijkwerker zelf al over na te denken. Door stil te staan bij wat voor jou haalbaar en wenselijk is, kun je jouw eigen online activiteiten al vorm geven én het teamoverleg voeden met concrete input en bijdragen aan afspraken die afgestemd zijn op de realiteit van jouw werk en dat van je collega’s.

In deze bouwsteen staat dan ook de volgende vraag centraal:

Hoe kan je als praktijkwerker afspraken maken om online werken haalbaar en veilig te laten verlopen?

Het is belangrijk om voor jezelf en binnen je team afspraken te maken over verschillende aspecten van online werken:

Online werken vraagt tijd en engagement. Het opstarten en onderhouden van accounts op platforms zoals Instagram, TikTok of Facebook kan arbeidsintensief zijn. Denk aan het creëren van content, het reageren op berichten of het opvolgen van interacties. Het is daarom belangrijk om na te denken hoeveel tijd je hierin wil en kan steken.

Het kan zinvol zijn om klein te beginnen. In plaats van meteen actief te zijn op meerdere kanalen, kun je starten met één platform en van daaruit verder bouwen. Zo vermijd je dat kanalen stilvallen of dat je ze na verloop van tijd moet stopzetten omdat ze te veel tijd vragen.

 

Online aanwezigheid en communicatie kunnen leiden tot onverwachte of onaangename situaties. Informatie die je online deelt kan gedeeld, bewerkt of uit zijn context gehaald worden, waardoor ze anders geïnterpreteerd wordt dan bedoeld, of voor andere doelgroepen zichtbaar wordt.

Deze risico’s horen bij online werken en kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Je moet dus goed nadenken hoe je online communiceert en hoe je je informeert. Bespreek ook met collega’s welke situaties zich kunnen voordoen of reeds zijn voorgevallen, en denk samen na over hoe je hier gepast op kan reageren.

Behalve met lastige of onaangename situaties, kun je als praktijkwerker ook geconfronteerd worden met onveilige situaties die de grenzen van de wet overschrijden, zoals trolling, intimidatie of doxxing. Informeer je op voorhand over hoe je hiermee kan omgaan en welke stappen je kan zetten. Weet ook bij wie je terecht kan voor ondersteuning, zowel intern (bijvoorbeeld bij je leidinggevende, vertrouwenspersoon, IT of DPO) als extern (bijvoorbeeld bij de lokale politie).

Houvast en tools bij online haatspraak, grensoverschrijdend gedrag en trollen

Er zijn verschillende hulpmiddelen en organisaties die duidelijke informatie en praktische handvatten bieden om met deze fenomenen om te gaan. Zo kan je bij Mediawijs terecht voor informatie rond trolling, onder meer via de pagina Zo herken je trollen of nepprofielen. Voor haatspraak zijn er verschillende pagina’s beschikbaar, zoals Hoe kan je haatspraak melden, met meldpunten waar je terecht kan, en Reageren op haatspraak: 5 keuzes die je kan maken, waarin helder wordt uitgelegd hoe je zelf kan reageren, onder
andere via een affiche die je kunt ophangen. Daarnaast is er ook een webpagina over de vraag: Is haatspraak strafbaar?. Deze pagina geeft meer inzicht in de juridische context.


De organisatie Stroomversnellers biedt de handleiding Weerbaarheid tegen online haat en organiseert trainingen voor mensen uit sociale organisaties die in contact kunnen komen met online haat, zoals intimidatie of beledigende berichten, en hoe hiermee om te gaan. De Nederlandse organisatie Sociaal
Werk Werkt! biedt daarnaast een overzicht met tips voor praktijkwerkers over het omgaan met online grensoverschrijdend gedrag in het sociaal werk. Gericht op lokale besturen, maar met ook relevante inzichten voor praktijkwerkers, bestaat bovendien de handleiding van het Hannah Arendt Instituut, het Agentschap Integratie & Inburgering en Kortom vzw voor het omgaan met online polariserende content en het gepast reageren hierop.


Tot slot zijn er nog andere handvatten die jou als praktijkwerker kunnen ondersteunen wanneer je in realtime met online haat te maken krijgt. Zo is er de Nederlandse site Eerste Hulp bij Online Haat, die een stappenplan biedt dat je kunt doorlopen wanneer je online haat ervaart. Je krijgt er inzicht in hoe ernstig een online haataanval is, tips om jezelf te beschermen, en informatie over hoe je actie kan ondernemen. Ook bij Unia kan je informatie vinden over Cyberhaat, inclusief mogelijkheden om dit te melden en om verdere ondersteuning te krijgen. Heb je schadelijke content opgemerkt die je rechtstreeks op datzelfde platform
wilt rapporteren, maar weet je niet goed hoe je dat aanpakt? Via deze rapporteringstool word je eenvoudig doorverwezen naar de juiste plek om de inhoud te melden.

In de online wereld kun je als praktijkwerker geconfronteerd worden met verontrustende signalen. Deze kunnen sterk variëren qua ernst: van verhitte discussies of polariserende uitspraken, tot beelden van geweld of illegale activiteiten, of zelfs nood- en crisissituaties, zoals een acute hulpvraag of een dreigende situatie.

Het is soms moeilijk om op het moment zelf correct in te schatten hoe je hiermee moet omgaan. Je kan te laat reageren, te impulsief handelen of verkeerd inschatten wat nodig is.

Enkele aandachtspunten zijn daarbij belangrijk.

  • Online signalen betekenen niet altijd wat ze lijken te betekenen. Het is vaak onduidelijk hoe ernstig ze zijn of wat er precies achter zit. Probeer waar mogelijk bijkomende context te zoeken voordat je handelt.
  • Probeer waar mogelijk signalen samen met collega’s of je leidinggevende te bespreken. Door signalen te delen en samen te interpreteren, vergroot je de kans dat je ze correct inschat en gepast handelt. 
  • Weet wat er van jou verwacht wordt, maar ook wat niet. Je hoeft niet op elk signaal te reageren. Uitzonderingen hierop zijn situaties met een wettelijk karakter, zoals acute of dreigende situaties (hierover meer in Bouwsteen 6). Denk daarom vooraf na over welke signalen je kan tegenkomen, wanneer actie nodig is en wanneer niet, en welke rol je daarin opneemt. Dat kan bijvoorbeeld gaan van observeren (signalen opmerken en opvolgen) tot handelen (in gesprek gaan, doorverwijzen of, indien nodig, escaleren naar bevoegde partners).
  • Het is ook belangrijk om vooraf na te denken over mogelijke handelingsopties. Je hoeft situaties niet altijd zelf op te lossen, maar je kan wel een belangrijke rol spelen in het opmerken en doorgeven van signalen. Door je die rol eigen te maken, draag je bij aan een bredere aanpak. Denk daarbij na over welke signalen je deelt en onder welke omstandigheden, en naar wie je deze doorverwijst.

Online aanwezigheid kan verwachtingen creëren rond bereikbaarheid. Wanneer je altijd reageert, ook buiten werkuren, kunnen verwachtingen ontstaan die moeilijk vol te houden zijn. Omgekeerd kan onvoorspelbaar reageren — de ene keer meteen, de andere keer niet — voor verwarring zorgen.

Het is daarom belangrijk om duidelijke grenzen te stellen en stil te staan bij de verwachtingen van je doelgroep. Hun online ritme komt niet altijd overeen met jouw werkuren. Door helder te communiceren wanneer je beschikbaar bent en in welke situaties je eventueel wel gestoord mag worden (bijvoorbeeld bij dringende zaken), creëer je duidelijkheid. Het is zeker oké om hierin duidelijke grenzen te stellen: dit is noodzakelijk om online werken voor jou haalbaar te houden.

Wees transparant over je bereikbaarheid, bijvoorbeeld tijdens vakanties, ’s avonds of in het weekend. Je kan dit expliciet communiceren naar je doelgroep, bijvoorbeeld via een bericht of post. Denk ook na of het nodig is om tijdens afwezigheid door te verwijzen naar een collega. Indien er een back-up voorzien is, maak dan duidelijke afspraken over hoe accounts beheerd worden of hoe doorverwezen wordt.

Sta tot slot stil bij de overdracht van je online werking wanneer je van functie verandert of de organisatie
verlaat. Zorg ervoor dat accountgegevens gedeeld of overgedragen worden, zodat collega’s zicht houden op eventuele vragen of dringende berichten. Communiceer dit ook duidelijk naar je doelgroep en verwijs hen indien nodig door naar een collega.

In een online context kunnen de grenzen tussen werk en privé soms vervagen. Wat je online deelt, laat vaak blijvende sporen na en kan door een breder publiek gezien worden dan bedoeld. Inhoud verdwijnt zelden 
volledig van het internet: screenshots of andere opnames kunnen snel worden gemaakt en verder verspreid, waardoor het moeilijk is om controle te behouden over wat je hebt gedeeld.

Daarnaast kan je als praktijkwerker geconfronteerd worden met situaties waarbij cliënten, burgers of jongeren je privéprofiel opzoeken, je toevoegen op sociale media, selfies met je nemen of privégesprekken delen. Ook de zichtbaarheid van likes, reacties of standpunten kan invloed hebben op hoe je professioneel wordt gezien.

Het is daarom belangrijk om bewust om te gaan met je online gedrag — zowel in je professionele rol als in
je privéleven. Denk hierbij aan wat je deelt, liket, volgt of becommentarieert. Dit vraagt om een voortdurende afweging tussen je recht op vrije meningsuiting en je rol als professional. In sommige functies heb je een voorbeeldfunctie of ben je een aanspreekpunt van je organisatie, wat mee bepaalt hoe je online aanwezigheid wordt geïnterpreteerd. Als je twijfelt, handel dan online zoals je dat ook offline zou doen.

Wanneer je online actief bent als praktijkwerker, is het belangrijk dat je herkenbaar en transparant bent over je rol. Je gesprekspartner moet weten met wie hij of zij in contact is. Net zoals in de fysieke wereld — waar iemand je herkent aan je werkplek, functie of organisatie — is het ook online belangrijk om duidelijk te maken wie je bent en vanuit welke rol je communiceert.

Zorg er daarom voor dat je profiel duidelijk verwijst naar je organisatie en functie. Dit kan bijvoorbeeld via je gebruikersnaam, profielfoto of bio. Door hierin consequent te zijn, vergroot je niet alleen je transparantie, maar ook je herkenbaarheid.

Het kan daarbij helpen om werk en privé ook praktisch van elkaar te scheiden. Werk met gescheiden profielen 
en maak duidelijke keuzes in wie je waar toelaat. Laat bijvoorbeeld geen mensen uit je doelgroep toe op je privéprofiel, en vermijd om vrienden of familie toe te voegen aan je professionele accounts.

Online aanwezigheid vraagt vaak om een bepaalde aantrekkelijkheid of zichtbaarheid, zeker wanneer je met jongeren werkt. Je wil hun aandacht trekken en aansluiting vinden bij hun leefwereld. Dat kan betekenen dat je nadenkt over de vorm, stijl en inhoud van wat je deelt. Je wil dingen posten die hen aanspreken, en in een stijl die ze herkenbaar en aantrekkelijk vinden.

Tegelijk is het belangrijk om dicht bij jezelf en je professionele rol te blijven. Authentiek overkomen is essentieel om een vertrouwensband op te bouwen. Wanneer je dingen doet of post die niet bij je passen, kan dit een averechts effect hebben: je komt minder geloofwaardig over of voelt je er zelf niet comfortabel bij.

Niet elke vorm van online communicatie hoeft bij iedereen te passen. Als livestreams of reels niet aansluiten bij jouw stijl, kan je ervoor kiezen om op een andere manier actief te zijn, bijvoorbeeld via posts of directe berichten. Wat telt, is dat je een vorm vindt die werkt voor jou én aansluit bij je doelgroep.

Je kan hierbij leren van hoe je doelgroep zelf communiceert, of hierover in gesprek gaan met hen. Een helpende vraag kan zijn: zou ik dit account volgen als ik zelf tot de doelgroep behoorde?

De echte meerwaarde van online werken ligt vaak in de combinatie met de offline werking. In plaats van online werk als een afzonderlijke activiteit te zien, kan het waardevol zijn om het in te passen in je alledaagse activiteiten.

Dit betekent dat je bewust de link maakt tussen beide werelden. Stel jezelf de vraag of en hoe sociale media of online tools kunnen worden ingezet bij het versterken van je werk. Ook tijdens offline gesprekken, interacties of het observeren van dynamieken kan je je afvragen welke rol de online leefwereld hierin speelt en hoe die
informatie jouw werking kan versterken.

Door deze reflex te ontwikkelen, wordt online werken een natuurlijk onderdeel van je praktijk in plaats van een aparte laag erbovenop.

Online werken kent geen duidelijke tijdsafbakening. Berichten blijven binnenkomen, discussies lopen door en situaties kunnen zich ook buiten werkuren verder ontwikkelen. Zeker wanneer je geconfronteerd wordt met conflicten, polariserende uitspraken, haatspraak of signalen van mogelijk geweld, kan dit blijven doorwerken, ook mentaal. Dit kan leiden tot mentale vermoeidheid, verhoogde stress en een verminderde scherpte in je inschattingen. Hierdoor kan je sneller of minder doordacht reageren, of net situaties gaan vermijden.

Het is daarom belangrijk om bewust grenzen te bewaken en te leren deconnecteren. Door afstand te nemen, creëer je ruimte om helder te blijven denken en situaties beter in te schatten. Zelfzorg is essentieel om dit werk op een duurzame manier vol te houden en om te vermijden dat je overbelast geraakt.

Als praktijkwerker sta je er niet alleen voor

Bovenstaande afspraken zijn geen individuele verantwoordelijkheid, maar maken deel uit van de manier waarop een organisatie haar online werking organiseert.

Door duidelijke afspraken te maken over bereikbaarheid, verwachtingen en ondersteuning, kan een organisatie ervoor zorgen dat online werken haalbaar en duurzaam blijft voor iedereen. Het is daarom belangrijk om hier gezamenlijk afspraken over te maken.

Daarnaast is het belangrijk om situaties ook met collega’s te bespreken, bijvoorbeeld wanneer je niet zeker bent hoe je moet handelen of wanneer je twijfelt over de juiste aanpak.

Goede praktijk: afspraken helpen om niet alleen te staan

Een jongerenwerker merkt dat er in een WhatsAppgroep waar hij deel van uitmaakt steeds scherpere berichten worden gedeeld tussen jongeren. Wat begint als plagerijen, evolueert naar meer schadelijke uitspraken en persoonlijke aanvallen. Hij vraagt zich af of dit nog ‘normaal online gedrag’ is, of dat de situatie aan het escaleren is.

Hij twijfelt: moet hij ingrijpen, het laten passeren of het bespreken met iemand?

Binnen de organisatie zijn er afspraken gemaakt over het omgaan met online signalen. Bij twijfel wordt aangeraden om situaties te bespreken met een collega of het team, zodat de ernst beter kan worden ingeschat en er samen een doordachte keuze kan worden gemaakt.

De jongerenwerker deelt het signaal met een collega. In een kort overleg bekijken ze samen de berichten en proberen ze de situatie te duiden: gaat het om een tijdelijk conflict of zijn er signalen van escalatie?

Ze beslissen om de situatie voorlopig verder op te volgen, zonder meteen in te grijpen in de groep. Tegelijk kiezen ze ervoor om het thema later bespreekbaar te maken tijdens een groepsactiviteit met de jongeren en het mee te nemen naar het volgende teamoverleg.