Sociale huisvesting toegankelijker maken voor dak- en thuislozen
Naast het uitbreiden van het aanbod aan sociale huisvesting, kan je ook inzetten op de toegankelijkheid van de reeds bestaande sociale woningen voor mensen die dak- en thuisloos zijn. Het toewijzingsmodel voor sociale huisvesting voorziet vier instroommogelijkheden:
- Standaard toewijzingen op basis van lokale binding en chronologie.
- Een verplicht aandeel van versnelde toewijzingen aan kandidaat-huurders met een bijzondere nood of in precaire omstandigheden.
- Een optioneel aandeel van toewijzingen aan kandidaat-huurders die behoren tot specifieke doelgroepen.
- Interne mutaties en bijzondere toewijzingsregels.
Via de tweede en derde instroommogelijkheid kunnen woonmaatschappijen extra inzetten op het huisvesten van mensen die dak- of thuisloos zijn. De versnelde toewijzing (pijler 2) houdt in dat een verplicht aandeel van 20% van de jaarlijkse toewijzingen moet gebeuren aan kandidaat-huurders met een bijzondere nood of in precaire omstandigheden, waaronder mensen die dak- en thuisloos zijn of dat dreigen te worden. Bovenop het verplichte aandeel van 20% kan de toewijzingsraad nog een optioneel extra aandeel (max. 30%) voorbehouden voor specifieke doelgroepen (pijler 3). Die doelgroepen kan de toewijzingsraad zelf bepalen, dus ook hier kan extra aandacht besteed worden aan mensen die dak- en thuisloos zijn.
De manier waarop woningen aan mensen die dak- en thuisloos zijn toegewezen worden in pijler 2 en 3 verschilt per woonmaatschappij. Sommige toewijzingsraden werken met een vast contingent aan woningen die toegewezen worden via een welzijnspartner. Anderen werken met een puntensysteem, vergelijkbaar met het systeem van de voormalige sociale verhuurkantoren.
Het huidige toewijzingsmodel is in voege sinds 1 januari 2024. Het is wachten op een evaluatie om te weten of dit systeem meer of minder woonkansen biedt voor dak- en thuislozen dan het vroegere systeem.
Een analyse van de mate waarin dak- en thuislozen toegang vonden tot sociale huisvesting via het vroegere systeem is te vinden in dit rapport.
Inspirerende praktijken
- Een voorbeeld van een regio die werkt met een vast contingent in pijler 2 is Antwerpen (zie de procedures van woonmaatschappijen Woonhaven en Thuisrand).
- Een voorbeeld van een regio die werkt met een puntensysteem in pijler 2 is de W13-regio.
- Een voorbeeld van een regio die ook via pijler 3 sociale woningen toewijst aan dak- en thuislozen is de Kempen (zie de procedure van Welzijnszorg Kempen).
- In sommige gemeenten wordt er samengewerkt met de woonmaatschappij voor specifieke projecten gericht op huisvesting voor dak- en thuislozen. Zo is het Housing First project in Aalst een samenwerking tussen het CAW die Housing First begeleiding biedt, de woonmaatschappij die woningen en intensievere huurbegeleiding aanbiedt en de stad Aalst die het project mee financiert.
- In Mechelen, Willebroek en Bonheiden werk Kaizen samen met de lokale woonmaatschappijen om woningen te voorzien voor dak- en thuisloze jongvolwassenen.