Klimaatopwarming is ook een sociale crisis
Klimaatopwarming kan zonder twijfel één van de grootste uitdagingen van de 21ste eeuw genoemd worden. We merken de gevolgen vandaag al in de vorm van hittegolven, overstromingen en andere extreme weersomstandigheden. Hoewel de hele samenleving de impact ervan ondervindt, worden mensen in een maatschappelijk kwetsbare positie het hardst getroffen. Dat is des te schrijnender omdat zij doorgaans het minst verantwoordelijk zijn voor de oorzaken ervan.
Wanneer het gaat over de onevenredige impact van klimaatopwarming en milieuvervuiling op kwetsbare groepen, worden doorgaans drie aspecten onderscheiden:
- Blootstelling: mensen met een laag inkomen wonen vaak in buurten waar wonen nog enigszins betaalbaar is. De kwaliteit van de woning en de leefomgeving laat er echter vaak te wensen over. We denken hierbij aan een gebrek aan (groene) open ruimte, slecht geïsoleerde woningen, de aanwezigheid van vervuilende industrie of drukke verkeersaders. Hierdoor worden kwetsbare groepen sterker blootgesteld aan extreme temperaturen en vervuiling.
- Impact: kwetsbare groepen zijn bovendien vaak gevoeliger voor de negatieve gevolgen van vervuiling en klimaatopwarming. Ze hebben minder toegang tot betaalbare en kwaliteitsvolle gezondheidszorg en verkeren gemiddeld vaker in een minder goede gezondheid.
- Adaptieve capaciteit: mensen met beperkte middelen hebben ook minder mogelijkheden om zich te beschermen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Zij beschikken vaak niet over de financiële ruimte om hun woning goed te isoleren of te investeren in verkoeling. Bovendien zijn velen afhankelijk van een verhuurder voor noodzakelijke aanpassingen aan de woning. Ook de woonomgeving biedt vaak weinig mogelijkheden om tijdens hittegolven verkoeling op te zoeken.
Eén van de meest kwetsbare groepen in onze samenleving zijn dak- en thuisloze mensen, en bij uitbreiding mensen die zich in een bijzonder precaire woonsituatie bevinden. Bij hen wordt de onevenredige impact van klimaatverandering misschien wel het duidelijkst zichtbaar. Wanneer we aan risico’s denken, gaat de aandacht vaak naar de winter. Door de toenemende frequentie van hittegolven en de weinig hoopgevende klimaatprognoses wordt echter ook de zomer steeds meer een gevaarlijke periode.
Er bestaat ondertussen ruim voldoende bewijs voor oversterfte tijdens hittegolven, vooral bij kwetsbare groepen zoals ouderen. Ook voor dak- en thuisloze mensen kunnen extreme temperaturen ernstige gevolgen hebben. Hitteberoerte, uitdroging, zonnesteek en flauwvallen liggen dan snel op de loer.
Gelukkig bestaan er vandaag al initiatieven die dak- en thuisloze mensen extra bescherming bieden tijdens hittegolven, zoals hitteplannen of kaarten met openbare drinkwaterfonteinen. Hoewel dergelijke maatregelen uiteraard noodzakelijk zijn, denken wij dat we als samenleving beter kunnen. Niemand zou überhaupt dak- of thuisloos mogen worden. Betaalbaar en kwaliteitsvol wonen is al decennialang een grondrecht. De ecologische crisis waarin we ons bevinden onderstreept dat grondrecht alleen maar meer.
Daarom blijven we pleiten voor meer sociale woningen, Housing First-initiatieven en substantiële ingrepen op de private huurmarkt. Dat zou niet alleen zorgen voor kwaliteitsvolle huisvesting voor kwetsbare groepen. Sociale huisvesting kan ook een belangrijke hefboom zijn voor de verduurzaming van ons woonpatrimonium en voor de verdere ontwikkeling van collectieve energieopwekking. Dankzij de schaalgrootte en het professionele beheer kunnen bijvoorbeeld collectieve installaties van zonnepanelen, warmtenetten en andere duurzame oplossingen efficiënter worden uitgerold.
Helaas moeten we vaststellen dat er op dit vlak nog veel te weinig vooruitgang wordt geboekt. Naast de vele signalen die we hierover ontvangen via onder meer De Woonzaak, bleek ook uit ons recente rapport over de schuldenproblematiek in Vlaanderen en Brussel dat de zogenaamde ‘overlevingsschulden’ toenemen. Wonen en energie worden daarbij steeds vaker genoemd als belangrijke kostenposten.
Naast het recht op wonen komen ook ruimtelijke ordening en stadsplanning nadrukkelijk in beeld. In plaats van achteraf de spreekwoordelijke – en soms ook letterlijke – brandjes te blussen, zouden we veel sterker moeten inzetten op preventie. Voldoende groen en water in de stad zijn daarbij cruciale maatregelen. De meest fundamentele preventieve maatregel blijft uiteraard de afbouw van fossiele brandstoffen.
Rol van het sociaal werk
Gezien de grote en onevenredige impact van de ecologische crisis op maatschappelijk kwetsbare groepen kan het sociaal werk hier niet afzijdig blijven.
Enerzijds heeft het sociaal werk een belangrijke rol in het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering en milieuvervuiling. Een concreet voorbeeld hiervan is de ondersteuning van kwetsbare groepen die getroffen worden door natuurrampen.
Anderzijds moet ook sterk worden ingezet op preventie. Het sociaal werk heeft daarbij de opdracht om kwetsbare groepen voor te bereiden op de noodzakelijke maatschappelijke transitie en hen er actief aan te laten deelnemen. Dat betekent onder meer werken aan veerkracht en sociaal kapitaal, en praktijken ontwikkelen die sociale en ecologische doelstellingen met elkaar verbinden en participatiekansen creëren.
Naast het versterken van dergelijke praktijken moet er uiteraard ook blijvend ingezet worden op politisering en beleidsbeïnvloeding. De ecologische crisis is immers niet alleen een milieuvraagstuk, maar ook een sociale kwestie.