Noodwoningen als opstap naar stabiele huisvesting

Het Steunpunt Wonen formuleerde volgende definitie van een noodwoning:

‘Een noodwoning is een kamer, appartement of woning die een tijdelijke woonoplossing biedt als antwoord op een plotse of urgente materiële woonbehoefte. Personen en gezinnen moeten er zelfstandig kunnen wonen. Het verblijf is beperkt in duur en gericht op doorstroming naar duurzame huisvesting.’

De meeste noodwoningen worden verhuurd door het OCMW. Voor deze woningen wordt een bezettingsovereenkomst gesloten voor een duur van zes maanden die eenmaal verlengd kan worden. Tijdens deze periode worden de bewoners, indien ze niet kunnen terugkeren naar de woning die ze dienden te verlaten, ondersteund in hun zoektocht naar een stabiele woonst.

De meest voorkomende redenen om een noodwoning te betrekken zijn een onbewoonbaar- of ongeschiktheidsverklaring, partnergeweld, een brand/natuurramp en een uithuiszetting.

Noodwoningen kunnen ook ingezet worden om mensen die al langer dak- of thuisloos zijn te huisvesten. Het uitbreiden van het aanbod aan noodwoningen kan dus enerzijds een manier zijn om dak- en thuisloosheid te voorkomen bij mensen die plots hun woonst verliezen, anderzijds kan het een stabiele basis creëren van waaruit mensen die reeds langer dak- en thuisloos zijn op zoek kunnen gaan naar een duurzamere woonoplossing.

Een belangrijke kanttekening hierbij is dat noodwoningen geen langdurige woonzekerheid bieden. Mensen die in een noodwoning verblijven, worden volgens de Ethos-typologie nog steeds als thuisloos beschouwd. Noodwoningen kunnen een tijdelijke oplossing zijn voor mensen die anders niet over een woonst kunnen beschikken, maar bieden niet de zekerheid die van een huis een thuis maakt. Om van noodwoningen een volwaardige woonoplossing te maken, moet doorstroming naar stabiele huisvesting, zoals een sociale woning, gegarandeerd worden.

Inspirerende praktijken

  • In Mechelen beheert het OCMW 45 doorstroom- en crisiswoningen die ingezet kunnen worden voor mensen met een acute woonnood (intrafamiliaal geweld, brand, woning onbewoonbaar verklaard, …). Doorstroomwoningen worden voornamelijk ingezet voor gezinnen met kinderen, alleenstaanden, jongvolwassenen en tienermoeders. Hier is een intensieve begeleiding aan gekoppeld die elke zes maanden geëvalueerd wordt, waarna verlenging mogelijk is. De crisiswoningen zijn bedoeld voor gezinnen in acute woonnood die geen nood hebben aan intensieve begeleiding. Deze zijn in principe maar één keer verlengbaar. Via de doorstroom- en crisiswoningen kunnen mensen vrij makkelijk doorstromen naar een sociale woning.
  • Mondiale Werken Lier biedt transitwoningen aan voor mensen met een hoge woonnood. De transitwoning is een tijdelijke verblijfplaats voor maximaal 1 jaar en ondertussen worden de bewoners ondersteund bij het vinden van een eigen woonst.

Terug naar het overzicht