16.09.2025

Bericht minnelijke schuldbemiddeling in het CBB

Sociale bescherming

Inleiding

De Wet van 15 mei 2024 'houdende maatregelen in de strijd tegen de overmatige schuldenlast en ter bescherming van ondernemingen in moeilijkheden' voorzag onder meer 2 nieuwe artikelen in het Gerechtelijk Wetboek over de registratie van een ‘bericht minnelijke schuldbemiddeling’ in het CBB en de gevolgen ervan.

In dit artikel lichten we toe waarover deze nieuwe maatregel gaat en waarom deze in het leven is geroepen.

Moet je als OCMW of CAW met een erkenning voor schuldbemiddeling zelf deze berichten laten aanmaken of schrappen? Ga dan naar ons artikel: Minnelijke schuldbemiddeling in het CBB: stappenplan en FAQ | samvzw

Over wat gaat dit – in het kort?

Artikel 1390octies Gerechtelijk Wetboek voorziet dat na opstart van een traject minnelijke schuldbemiddeling de erkende instelling voor schuldbemiddeling een ‘bericht minnelijke schuldbemiddeling’ laat aanmaken in het CBB.

Aanmaak bericht

Voor de aanmaak van het bericht doet de erkende instelling beroep op een gerechtsdeurwaarder. Die heeft daarvoor deze informatie nodig:

  • de naam, de voornamen, de geboortedatum, de woonplaats of de verblijfplaats van de cliënt, het rijksregister- of bisnummer en, in voorkomend geval, het ondernemingsnummer
  • de naam en contactgegevens van de schuldbemiddelaar: dit zijn de contactgegevens van de erkende instelling voor schuldbemiddeling

Het aanmaken is kosteloos voor de schuldenaar en de erkende instelling. Hetzelfde geldt voor de schrapping van dit bericht. Die wordt aangevraagd bij dezelfde gerechtsdeurwaarder, zodra het traject minnelijke schuldbemiddeling eindigt. Na 5 jaar is er een automatische schrapping voorzien.

Gevolgen bij nieuwe invorderingsactie

Artikel 1391bis Gerechtelijke Wetboek bepaalt het gevolg dat hieraan moet worden gegeven als een gerechtsdeurwaarder een actief ‘bericht minnelijke schuldbemiddeling’ in het CBB vaststelt wanneer hij (en zijn opdrachtgever-schuldeiser) een nieuwe actie ter invordering van een schuld overweegt zoals: 

  • een dagvaarding uitvaardigen
  • een vonnis betekenen dat een veroordeling tot betalen bevat
  • een bevel tot betalen betekenen
  • een uitvoerend beslag betekenen

In zulke gevallen is de gerechtsdeurwaarder verplicht de erkende instelling voor schuldbemiddeling te contacteren. Hij doet dat via de contactgegevens die in het bericht vermeld staan. Hij verstrekt daarbij minstens volgende informatie:

  • wat zijn opdracht is (en over welke schuld en schuldeiser het gaat)
  • het bedrag van de vordering

Het is niet zo dat na het aanmaken van het bericht elke gerechtsdeurwaarder met een vordering op een cliënt bij een EISB ‘spontaan’ contact zal opnemen met die dienst. De gerechtsdeurwaarder zal dit dus enkel doen wanneer hij van plan is een nieuwe invorderingsmaatregel te nemen, waarbij hij voorafgaand het CBB raadpleegt.

Minnelijke oplossing

Door contact met de erkende instelling voor schuldbemiddeling kan de gerechtsdeurwaarder vaststellen of er voor de betrokken nog een minnelijke oplossing mogelijk is. Zo kan bijvoorbeeld een dagvaarding worden vermeden. Dat is voordelig voor zowel schuldenaar als schuldeiser, omdat nutteloze invorderingskosten en -maatregelen worden voorkomen.

De erkende instelling voor schuldbemiddeling heeft een maand tijd om de gerechtsdeurwaarder te antwoorden en in dialoog met hem een minnelijke oplossing te vinden.

Geen strikt moratorium

Opgelet: er geldt die maand geen echt ‘moratorium’ of strikt verbod voor de gerechtsdeurwaarder op het uitvoeren van zijn opdracht. Die uitvoering kan gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld voor een dagvaarding om een verjaring te stuiten die binnen de maand dreigt in te treden. De bedoeling van de wetgever blijft echter dat de wachttermijn van 1 maand gerespecteerd wordt tenzij bij uitzondering.