Bouwsteen 5 - samenwerking

Image
Roze bouwsteen

Als praktijkwerker heb je zelden een volledig zicht op wat er leeft binnen je doelgroep. De online leefwereld is gefragmenteerd, snel en moeilijk te overzien. Jongeren, burgers, cliënten, … bewegen zich bijvoorbeeld tegelijk op verschillende platforms en in uiteenlopende online contexten, waardoor elke organisatie of actor slechts een deel van de realiteit ziet.

Samenwerking is daarom een essentieel onderdeel van online werken. Door informatie, observaties en ervaringen te delen met collega’s en lokale partners, kan je deze losse fragmenten samenbrengen tot een breder en betekenisvoller beeld.

Daarnaast maakt samenwerking het mogelijk om online initiatieven op elkaar af te stemmen en krachten te bundelen in de aanpak van uitdagingen die zich online voordoen.

Hoe kan je als praktijkwerker samenwerken om de online leefwereld van je doelgroep beter te begrijpen en er afgestemd op te handelen?

Wat betekent dit voor je dagelijkse praktijk?

In je eigen praktijk kom je vaak slechts fragmenten tegen: één post, één story, één bericht in een groep… Op zichzelf lijken die signalen soms klein of moeilijk te interpreteren, terwijl ze voor een collega of partner net een belangrijk puzzelstuk kunnen vormen.

Door signalen en inzichten te delen met collega’s en je lokale netwerk ontstaat er een vollediger en actueler beeld. Zo kan je beter begrijpen wat er leeft, en juister inschatten of iets een eenmalig signaal is of deel uitmaakt van een patroon, en sneller inspelen op nieuwe fenomenen of problematieken.

Dit is ook van belang in casusbesprekingen. Voor meer informatie over hoe je de online realiteit daarin meeneemt, kun je het kader hieronder bekijken.

 

Wil je een online aanbod uitwerken of een activiteit opstarten? Dan is het zinvol om na te gaan wat anderen in je lokale netwerk al doen. Door af te stemmen kun je ervaringen delen, initiatieven op elkaar afstemmen en je impact vergroten.

Dit kan bijvoorbeeld door:

  • gelijktijdig of op elkaar afgestemd te communiceren
  • gezamenlijke of complementaire initiatieven op te zetten

Een concreet voorbeeld: wanneer de lokale politie wil communiceren naar jongeren over online beïnvloeding, groepsdruk of geweld, kan het waardevol zijn om dit af te stemmen met de jeugddienst, het jeugdwerk of onderwijs. Zo kan elke partner communiceren vanuit zijn eigen rol: jeugdwerk en onderwijs eerder verbindend en informerend, en politie of lokaal bestuur veeleer vanuit preventie of handhaving.

Door deze afstemming vermijd je ad hoc acties en werk je gerichter en samenhangender.

Vergeet daarbij ook niet om minder voor de hand liggende
partners te betrekken, zoals beheerders van lokale online groepen of digitale gemeenschappen (bijvoorbeeld Facebookgroepen als ‘Ge zijt van…’, lokale online verenigingen, en dergelijke). Zij hebben vaak goed zicht op wat lokaal leeft en kunnen waardevolle inzichten aanleveren, of organiseren misschien zelf ook initiatieven 
die aansluiten bij je eigen doelstellingen, bijvoorbeeld doordat ze kwetsbare doelgroepen bereiken, verbinding stimuleren of genuanceerde dialogen mogelijk maken.

Zet je een interactie op met je doelgroep of organiseer je een open aanbod dat niet beperkt is tot een gekende groep? Denk dan vooraf na over hoe je omgaat met deelnemers of signalen die buiten je eigen regio of werking vallen. Online werken doorbreekt immers klassieke geografische grenzen: het is niet altijd duidelijk waar een doelgroep begint of eindigt, en deelnemers kunnen van overal komen. Zo kan je als jeugdwerkorganisatie bijvoorbeeld een online evenement organiseren waaraan jongeren uit verschillende regio’s deelnemen, of kan een online chathulp burgers met vragen en problemen bereiken uit uiteenlopende regio’s.

Bereid je voor op vragen of signalen van buiten je eigen organisatie, stad of regio. Denk op voorhand na of je deze zelf opneemt, enkel opvolgt bij dringende situaties, of doorverwijst naar partners elders. Zorg er daarom voor dat je weet wie je aanspreekpunten zijn bij andere organisaties of lokale besturen, zodat je vlot kan doorverwijzen of afstemmen.

Lokale samenwerking in de praktijk: de online dimensie binnen een lokaal casusoverleg

In veel steden en gemeenten bestaan multidisciplinaire ketenaanpakken waarin partnerorganisaties casussen bespreken en opvolgen. Denk aan casusoverleggen rond jeugdcriminaliteit (zoals FIX, Kompas+ en JuWel), waar partnerorganisaties zoals stadsdiensten, politie, justitie en hulpverlening samenkomen. Meer gekend zijn de Lokale Integrale Veiligheidscellen Radicalisering (LIVC R), die na de aanslagen van 2016 in Maalbeek en Zaventem verplicht in elke stad en gemeente werden opgericht.

Het doel van deze overlegplatforms is om (vroegtijdig) te interveniëren, escalatie te voorkomen en begeleidingstrajecten op maat uit te werken. De kracht ligt in het samenbrengen van verschillende perspectieven: elke partnerorganisatie ziet slechts een deel van de realiteit. Door informatie en observaties te bundelen ontstaat een vollediger beeld van de situatie rond een persoon en kan een meer omvattend begeleidingstraject worden uitgewerkt.

Waar hou je rekening mee in een online realiteit?

De online en de offline dimensie zijn de laatste decennia steeds meer met elkaar verweven geraakt. Een doordachte aanpak binnen een casusoverleg houdt vandaag de dag dan ook rekening met beide, en stemt politionele en preventieve acties in beide dimensies op elkaar af.

  • Bekijk online en offline signalen in samenhang. Geweldsfenomenen en de factoren die daarop een invloed hebben – zowel risicofactoren als beschermende factoren – spelen zich vaak zowel online als offline af. Denk bijvoorbeeld aan online verhalen of geweldsbeelden die het gedrag van een persoon beïnvloeden, of aan een jongere die op school iets vervelends meemaakt en zich daar online over afreageert.
    Hanteer daarom een ‘onlife’-benadering, waarbij je online en offline informatie integreert in je beeldvorming en risico-inschatting. Iemand kan offline een ogenschijnlijk vlekkeloos parcours lopen, maar online actief zijn in zorgwekkende netwerken. Omgekeerd heb je offline context nodig om online gedrag correct te interpreteren. Beide perspectieven zijn dus noodzakelijk.
  • Plaats signalen altijd in context. Online informatie is waardevol, maar staat nooit op zichzelf. Sommige signalen lijken op zich weinig betekenisvol, maar kunnen in combinatie met andere observaties wijzen op een bredere dynamiek.
    Andere signalen lijken op het eerste gezicht ernstig, maar blijken onschuldig nadat je je erin verdiept hebt. Zo circuleren online vaak extreme uitspraken, bijvoorbeeld van zogenaamde ‘klavierhelden’. Om de ernst hiervan correct in te schatten, is het belangrijk om te kijken naar de context, intentie en achterliggende motieven.
    Je kunt signalen analyseren met verschillende bronnen, bijvoorbeeld online opzoekingen, verdiepende informatie van partnerorganisaties, en gesprekken met de betrokkene of diens omgeving. Een voorbeeld is een schoolinspecteur van de politie die na een online signaal van een jongere de socialemediaprofielen van de jongere bekijkt om na te gaan of er patronen zichtbaar zijn, en vervolgens het gesprek met de persoon zelf aangaat om de situatie beter te begrijpen.
  • Denk ook aan (online) bredere preventieve vervolgacties. Casusoverleg gaat voornamelijk over individuele opvolging. Maar signalen kunnen ook aanleiding geven tot bredere acties. Denk aan sensibiliserende of preventieve campagnes, het informeren van lokale partnerorganisaties, of het werken rond thema’s die in meerdere casussen terugkomen. Wanneer er bijvoorbeeld plots meerdere casussen opduiken in het kader van een nieuw geweldsfenomeen, kan dit – zonder in te gaan op individuele dossiers – gesignaleerd of gedeeld worden met andere diensten. Een voorbeeld hier is een preventiemedewerker die een signaal uit een casusoverleg gebruikt om aan te haken bij reeds bestaande preventieve acties in de stad. Hoewel dit vandaag in veel lokale besturen nog beperkt gebeurt, liggen hier duidelijke kansen.