Praktijkverhaal

Luisteren naar het ritme van het Brusselse straathoekwerk

Image
Straathoekwerk Brussel - Diogenes vzw

Interview door Tamara Laevaert

Aan het centraal station ontvouwt zich in de vroege ochtend een schouwspel. Een groep kinderen in fluohesjes trekt voorbij op uitstap. Aan het mobiele koffiekraampje vormt zich een wachtrij. Toeristen slenteren, terwijl anderen zich haasten naar hun bestemming. Een man met kapotte schoenen en een kartonnen bekertje waarop ‘faim’ staat geschreven, trekt mijn aandacht.

‘Koffie?’ vraagt Joris. ‘Heel graag!’ Nog voor we goed en wel zitten, zijn we al verwikkeld in een boeiend gesprek over Brussel met al haar harde en zachte schakeringen. Sinds 2018 werkt Joris Sabo voor Diogenes, een Brusselse organisatie die zich inzet voor straatbewoners. Daarvoor was hij 9 jaar actief bij JES Brussel, waar hij werkte met jongeren. Joris is een doorwinterde straathoekwerker, met een doorleefde kennis van de stad en haar bewoners in de meest kwetsbare positie. Wat hem kenmerkt is zijn integere houding, oprechte betrokkenheid bij gasten en diepe verontwaardiging wanneer het over structureel onrecht gaat. We laten hem hier aan het woord.

Diogenes, een organisatie in beweging

Diogenes is in 1995 gestart als een project van verschillende organisaties om de dienstverlening naar daklozen te verbeteren door ze toe te leiden naar lokale initiatieven. In 1997 werd dit initiatief verankerd in de vzw structuur die ze tot op de dag van vandaag nog altijd is. Ondertussen telt de organisatie zo’n 40 medewerkers. Naast straathoekwerk zet Diogenes ook in op Housing First, interculturele bemiddeling, de coördinatie van het collectief rond straatdoden, vorming en innovatie. Het feit dat we gegroeid zijn, heeft voordelen maar zorgt ook voor uitdagingen. We zijn een horizontale organisatie, dat geef je op een andere manier vorm met 5 of met 40 medewerkers. Het is mooi hoe Diogenes mee evolueert met maatschappelijke ontwikkelingen en de noden van de gasten. Dat maakt van Diogenes een organisatie die constant in beweging is.

Aan de slag met straatbewoners of ‘les habitants de la rue’

We werken met straatbewoners of wat in het Frans beter klinkt als ‘les habitants de la rue’. Mensen wonen altijd ergens. Ofwel hebben ze onderdak, ofwel maken ze een eigen plekje, waar ze zich op hun gemak voelen. Dat kan een zelfgebouwd hutje zijn, een plekje onder een brug of in een metrostation. Het is geniaal hoe inventief en creatief gasten daarin zijn.

Enerzijds bereik ik in Molenbeek iets oudere Maghrebijnse gasten waar druggebruik een terugkerend thema is. Aangezien ik sinds 2009 in deze wijk werk, ben ik er goed verankerd. Anderzijds werk ik vaak met Roemeense gasten. Het gaat om mensen die vaak in de bouw willen werken. Ze beheersen hun stiel zeer goed en werken hard. Maar het is quasi onmogelijk om een legale job te vinden omdat patrons kiezen voor goedkoop en makkelijker zwartwerk. Een extra voordeel in het werken met deze groep is dat ik de taal beheers. Mijn telefoonnummer circuleert ook, waardoor ik makkelijk ingang vind of gasten elkaar doorverwijzen. Ik werk in bepaalde gebieden of regio’s maar laat mij graag ook een stukje leiden door het toeval. 

"Mensen wonen altijd ergens. Ofwel hebben ze onderdak, ofwel maken ze een eigen plekje, waar ze zich op hun gemak voelen. Dat kan een zelfgebouwd hutje zijn, een plekje onder een brug of in een metrostation. Het is geniaal hoe inventief en creatief gasten daarin zijn."
Joris

Niet te snel laten verleiden tot ‘démarches’, maar vooral luisteren

Ik probeer zo goed mogelijk te werken volgens de principes van het straathoekwerk. Dat betekent luisteren, veel tijd nemen en in de diepte werken op het ritme van mensen. Het blijft een uitdaging om mij niet te laten verleiden tot ‘directe démarches’ of ‘problemen oplossen’. Mijn opleiding als sociaal werker heeft mij veel bijgebracht maar die probleemfocus heb ik moeten afleren. Ik betrap mezelf daar soms nog op. Op zich is dat niet erg, zolang je erover reflecteert. 

Elke dag en bij elke gast ga ik heel bewust keuzes maken: zet ik in op contact of ga ik andere dingen doen? Het is een evenwichtsoefening die afhangt van de aanwijzingen (ook impliciet) van de gast en van mijn eigen inschatting. Te snel gaan of vertrekken vanuit eigen vooropgestelde doelen, kan negatieve gevolgen hebben. Ik probeer vooral op lange termijn te werken. Zo heb ik sinds kort terug contact met iemand die ik een lange tijd niet zag. Het zou goed zijn als hij een douche zou nemen, maar ik voel dat ik nu eerst vertrouwen moet opbouwen. Dus praat ik met hem over dingen die hij hier en nu belangrijk vindt, in plaats van over de douche. Dat komt misschien later wel aan bod. 

De vele mooie dingen die mij rechthouden 

Ik ben een ‘ally’ of ‘bondgenoot’ van de gasten. Ik sta aan hun kant en vind dat geen moeilijke positie. We werken met heel fijne, aangename mensen en bouwen met hen een relatie op. De warme contacten met gasten geven mij genoeg energie om een mensenleven mee te vullen. Het mooie aan straathoekwerk is ook dat je altijd iets te bieden hebt: je legt contacten, je luistert. Je kan altijd present zijn en harm reduction toepassen, zelfs als er geen oplossingen zijn. 

Vanuit deze positie probeer ik een brug te zijn tussen de maatschappij en de gasten. Ik ga aan de slag met het formele en informele netwerk. Bij organisaties waar gasten komen, stel ik mezelf voor. Ook het informeel netwerk probeer ik te betrekken: kameraden, sympathisanten, ... Er zijn zoveel mensen in Brussel – ‘burgers’ – die niet in onze sector werken en zich echt ontfermen over gasten en met hen langdurige banden aangaan. Ze zijn betrokken en doen zoveel moeite. Misschien beklemtonen we het te weinig maar dat is zo fantastisch en hoopvol. 

Wat mij ook energie geeft, zijn gasten die elkaar helpen. Gasten zeggen soms: ‘er zit daar iemand en je moet daar eens gaan kijken want hij/zij heeft het moeilijk’. Dat zijn signalen die bovenaan mijn lijst staan en waar ik direct mee aan de slag ga. Want dat is zo mooi: gasten die bezorgd zijn om hun kameraden. En soms gaat dat over iemand waar ze niet goed – of zelfs helemaal niet – mee kunnen opschieten. En toch is die zorg er voor elkaar. Ik zie veel mooie dingen op straat. Misschien kijk ik daar meer naar omdat zo’n dingen mij recht houden in mijn job.

"Er zijn zoveel mensen in Brussel – ‘burgers’ – die niet in onze sector werken en zich echt ontfermen over gasten en met hen langdurige banden aangaan. Ze zijn betrokken en doen zoveel moeite. Misschien beklemtonen we het te weinig maar dat is zo fantastisch en hoopvol."
Joris

Knop op de website

Op onze website kunnen mensen via een knop een signaal geven. Vaak zijn dat meldingen van mensen die niet in onze sector werken en bezorgd zijn. Bijvoorbeeld: ‘ik passeer op een plek waar mensen in een zelfgebouwd hutje slapen. Kan jij eens langskomen? Want ik weet niet wat ik kan doen of ik durf geen contact leggen’. Soms zijn het de gasten zelf die via deze weg met ons contact zoeken. Tijdens teamvergaderingen kijken we wat we met die signalen doen. Dat is extra werk, maar we vinden het belangrijk om dit op te pakken. We hebben niet altijd een oplossing, maar contact leggen kunnen we wel. En ja, mensen hebben soms hoge verwachtingen als ze ons contacteren. Maar we hebben geleerd om die verwachtingen met de nodige zorg te temperen. Want de bezorgdheid van mensen naar onze gasten is iets positiefs dat aandacht verdient.

Toename van complexiteit in Brussel

We weten objectief – onder andere via de daklozentellingen – dat het aantal straatbewoners stijgt. Meer mensen leven op straat en situaties worden complexer. Subjectief voelen we dat ook. En tegelijk zitten initiatieven vol, zijn er lange wachtlijsten en slipt het aanbod dicht, zeker bij grotere organisaties.

We zien meer mensen met psychiatrische problemen. Hoewel de problemen toenemen, slinkt het aantal bedden of worden bepaalde werkingen zelfs stopgezet. Tot vorig jaar was er afdeling waar gasten met een alcoholprobleem werden opgevangen, om enkele weken te recupereren en tot rust te komen. Die eenheid is gesloten, met als gevolg dat veel van die gasten op straat terecht komen, zonder juiste behandeling, zonder evenwicht in hun medicatie en zonder plek waar ze die medicatie fatsoenlijk kunnen innemen. Ook dat heeft een rechtstreeks effect op precariteit.

Een andere evolutie die merkbaar is, is de verandering in de drugscène. Heroïne is een grote ‘Merde’, met hoofdletter M. Maar het dempt en brengt gasten in een roes. Sinds we – onder andere via de haven van Antwerpen – overspoeld worden met goedkope cocaïne is er meer crackgebruik. Van crack worden mensen actief, verdrietig en paranoia. Ik voel bij gasten vaak een soort verdriet naar boven komen, soms in de vorm van frustratie, boosheid of soms erg gelaten, wat misschien nog erger is.

Je voelt ook dat het moeilijker wordt om mensen tot hun rechten te brengen. Zeker bij mensen zonder wettig verblijf blijft de aanvraag van een medische kaart een drempel. Ik heb gasten die doodgaan als ze geen medische hulp krijgen. Maar soms worden ze bij het OCMW weggestuurd omwille van taaldrempels, gedrag of andere redenen. Dan ga ik mee om te vertalen of te bemiddelen. Er worden vaak vragen gesteld die niet relevant zijn op zo’n moment: iemands opleidingsniveau of diploma is ondergeschikt aan een dokter zien of medicatie krijgen. Bureaucratische en strikte reglementeringen maken slachtoffers aan twee zijden. Enerzijds voelen gasten zich niet altijd gehoord. Dat zorgt voor frustratie omdat ze niet tot hun rechten komen. Anderzijds voel ik ook de druk op de schouders van sociaal werkers binnen de OCMW-context die op hun tandvlees zitten of opgebrand geraken. Ook zij zijn slachtoffers waar we als samenleving meer aandacht voor moeten hebben. 

"Sinds we – onder andere via de haven van Antwerpen – overspoeld worden met goedkope cocaïne is er meer crackgebruik. Van crack worden mensen actief, verdrietig en paranoia. Ik voel bij gasten vaak een soort verdriet naar boven komen, soms in de vorm van frustratie, boosheid of soms erg gelaten, wat misschien nog erger is."
Joris

Straathoekwerk, ook na de dood

Binnen de VZW Diogenes hebben we een collega die de coördinatie verzorgt van het ‘collectief straatdoden’. Het collectief van verenigingen en vrijwilligers zorgt voor een menswaardig afscheid als mensen sterven op straat of aan de gevolgen van een straatleven. Als iemand sterft, dan gaan ze op zoek naar familie en vrienden. Ze zorgen voor een uitvaart volgens de levensovertuiging van de overledene. Als iemand moslim is, dan wordt een imam gecontacteerd. Als iemand orthodox is, dan komt een priester voorlezen. Is iemand vrijzinnig? Dan wordt een gedicht voorgedragen. Ook de mogelijkheden om iemand te repatriëren zoeken ze uit. Daarnaast is er jaarlijks een herdenking in het stadhuis van Brussel en er is ook een herdenkingsboom.

Elk jaar sterven in Brussel veel mensen op straat. Het gebeurt ook dat mensen anoniem – zonder naam, zonder familie of vrienden, zonder identiteit – begraven worden. Zelfs een bed vinden waar mensen in alle rust kunnen sterven, is moeilijk. En dat is zwaar.

Soms begeleid ik ook gasten die palliatief ziek zijn. Niet vaak, maar het gebeurt. Dat is het intiemste dat je voor iemand kan doen. Dichter dan dat kom je niet bij mensen. Hoe ga ik daarmee om? Door verdrietig te zijn. Er is niks mis met verdriet, het mag pijn doen en je mag voelen. Maar je moet een manier vinden om ermee om te gaan. Want wat je ‘binnen houdt’, blijft pijn doen. Dus praat erover met jouw coördinator, collega’s, partner of kameraden. Schrijf het van je af, in de vorm van verhalen, ook al doe je er verder niks mee. Dat werkt zo therapeutisch. Als straathoekwerker en als sociaal werker hoort ‘pijn’ bij ons werk. Je hebt niet de luxe om je niet te laten raken. Als het niet meer raakt, moet je stoppen met je werk want dan doe je meer kwaad dan goed.

Ik heb ooit een gast begeleid bij zijn overlijden en schreef er een artikel over op Sociaal.Net. Dat was zo’n intens proces. We hadden open, filosofische gesprekken over de dood en konden er zelfs met zowel ernst als humor over praten. Ik kijk daar op een positieve manier op terug. Niet lang na zijn overlijden, kreeg ik telefoon over een andere gast die op dezelfde palliatieve afdeling was opgenomen. Ik moest even zitten en in- en uitademen, toen ik de vraag kreeg om langs te gaan. De situatie was anders. De gast was heel angstig voor de dood en had veel pijn. Door een zware operatie vielen veel geneugten weg. De mix van chemotherapie en stoppen met drinken was zwaar en pijnlijk voor hem. Het maakte hem kwaad op zijn omgeving, heel begrijpelijk trouwens. Ik ben toen burn-out gegaan. Ik herinner me nog dat ik hem vertelde dat ik niet meer kwam omdat ik ziek was. ‘Where the fuck are you going?’, vroeg hij. Maar ik kon niet antwoorden, ik wist het zelf niet. Uiteindelijk is hij maanden later alleen gestorven. Ik voel mij daar niet schuldig over maar het blijft wel enorm moeilijk. Ik zal dat nooit vergeten. Maar het ‘pijnlijke’ mag ook bestaan in ons werk.

"Als straathoekwerker en als sociaal werker hoort ‘pijn’ bij ons werk. Je hebt niet de luxe om je niet te laten raken. Als het niet meer raakt, moet je stoppen met je werk want dan doe je meer kwaad dan goed."
Joris

Met angst maak je van een ‘straatbewoner’ een ‘dakloze’

Mensen worden soms heel bewust bang gemaakt. Dat is geen sanctionerend beleid (want daar zit nog een idee achter) maar een pestbeleid. Gasten maken een hutje, onder de brug van een autostrade, geïsoleerd, met een raampje. Echt superinventief. Dan komt politie langs en zeggen ze: ‘Binnen 2 weken komen wij uw cabannetje afbreken’. Eigenlijk wil dat zeggen: we gaan alles wat jij de voorbije periode hebt opgebouwd kapot maken. Dat maakt mensen zo bang, want dat is het enige dat ze hebben. Meestal komt politie niet terug om dat hutje af te breken, maar ondertussen is er zoveel mentaal leed veroorzaakt. Het zorgt ervoor dat die ‘thuis’ geen ‘thuis’ meer is en mensen mentaal afscheid beginnen nemen van hun plekje en alles wat ze hebben opgebouwd. Zo maak je van een ‘straatbewoner’ een ‘dakloze’. 

Gelukkig gebeurt dat niet overal in Brussel. Je hebt het centrum en 19 gemeenten. Veel hangt af van de wijk, gemeente of politiezone. Aan de kerk staan er bijvoorbeeld tentjes omdat de pastoor vindt dat gasten er mogen zijn. In sommige politiezones gaan ze heel menselijk om met gasten. Zo is er ook team Herscham, een team van politieagenten die straatbewoners helpt met hun identiteitsaanvraag en administratie zodat ze terug rechten kunnen openen.

"In sommige politiezones gaan ze heel menselijk om met gasten. Zo is er ook team Herscham, een team van politieagenten die straatbewoners helpt met hun identiteitsaanvraag en administratie zodat ze terug rechten kunnen openen."
Joris

Het gaat niet om ‘wat’ je doet, maar ‘hoe’ je het doet

Gasten worden ’s nachts vaak uit de metro of het station gezet. Soms gebeurt dat vriendelijk en soms schoppen ze gasten letterlijk buiten. Je hebt security-medewerkers die op een menselijke wijze met de gasten omgaan en dat ook uitleggen: ‘Je mag niet in het station slapen en ik begrijp dat het heel moeilijk is, maar ik moet de regels volgen’. Voor gasten is dat écht een probleem, zeker als het regent. Van 2 uur tot 4.30 uur ronddolen op straat is vermoeiend. Mensen vallen dan uiteindelijk ergens uitgeput in slaap, op een plek met veel passage waar ze moeten opletten dat hun spullen niet gestolen worden. 

Het gaat niet over wat je zegt, maar over de manier waarop. Daarin zit een deel van het armoede-aspect, het onderdrukkende aspect. Gasten zijn geen idioten, zij weten ook wel hoe de wereld in elkaar zit en hoe er naar hen gekeken wordt. Iedereen – van sociaal werker tot security-medewerker tot buurtbewoner – kan op een horizontale manier communiceren. Letterlijk iemand in de ogen kijken en begripvol zijn. Dat kan zelfs als je grenzen moet stellen of slecht nieuws moet brengen. Door horizontaal en menselijk te communiceren zorg je voor een andere realiteit en meer openheid bij gasten. Vriendelijk of bruut aangesproken worden, heeft een grote impact op hun gemoed voor de rest van de dag.

Soms wordt er ook door sociale organisaties denigrerend gedaan. Laatst ging ik met een gast naar het OCMW. Hij kreeg telefoon en pakte even op om in het Roemeens te antwoorden dat hij in gesprek was. De sociaal assistente antwoordde: ‘Mais ce n’est pas permis’. Je bent met mensen bezig, je bent niet hun chef. En omgekeerd zijn er sociaal werkers die met een smile luisteren naar het verhaal van gasten en kijken wat ze kunnen betekenen. Ook zij zijn gebonden aan structuur en hun kader, maar doen dat op een menselijke manier, door een band op te bouwen. 

"Het gaat niet over wat je zegt, maar over de manier waarop. Daarin zit een deel van het armoede-aspect, het onderdrukkende aspect. Gasten zijn geen idioten, zij weten ook wel hoe de wereld in elkaar zit en hoe er naar hen gekeken wordt."
Joris

De ideologische focus op ‘werk’ en ‘taal’ leiden tot selffulfilling prophecy

Maatschappelijke kwetsbaarheid wordt geregisseerd van bovenaf en leidt tot selffulfilling prophecy. Je kan als overheid beweren dat mensen profiteren en niet willen werken omdat ze steun nodig hebben. Maar als je maatschappij zodanig georganiseerd is dat het moeilijk is om tot een legale job te komen, dan krijg je selffulfilling prophecy. Want als een legale job niet lukt, heb je financiële of materiële steun nodig. En dat wordt dan weer gebruikt als argument om het gelijk te halen en de eigen machtspositie te vrijwaren.

Er ligt politiek ideologisch een grote klemtoon op ‘werken’. Ik vind dat geen ultiem doel. Kijk naar de gasten in de bouw: ze geraken niet aan een legale job als werknemer. Ik werk met gasten die 12 uur per dag werken. Ze komen ‘thuis’, dat betekent: ze zoeken een rustige slaapplek in het park, eten wat brood met worst en drinken erbij. Ze slapen in hun vuile werkkledij want ze hebben geen andere mogelijkheid. En om 5 uur ’s ochtends staan ze terug op en doen ze dat opnieuw, gedurende jaren. Die groep wordt dan nog met de nek bekeken, alsof ze lui zijn of omdat ze teveel drinken. Deze gasten drinken niet uit gezelligheid of uit plezier. Dit is geen ‘uitgaansmilieu’, het is een manier om met ‘shit’ om te gaan. Ze werken tot ze op zijn of ziek worden. En het enige recht waartoe zij toegang krijgen, is een medische kaart. 

Ook ‘taal’ is ideologisch gekleurd. Er ligt een enorme focus op het Nederlands. Maar iedere onderwijssocioloog en cognitieve psycholoog zal beamen dat de moedertaal de blauwdruk is voor hoe vlot je een tweede taal oppikt. Twee talen spreken is een rijkdom. Maar als onze gasten Frans, Berbers of bijvoorbeeld Farsi spreken, wordt dat niet als rijkdom gezien. Ook dat is een selffulfilling prophecy. Wie de taal niet spreekt, voelt zich vaker uitgesloten, trekt minder op met Vlaamse kinderen, wordt vaker scheef bekeken door leerkrachten en gaat zich daardoor meer terugtrekken. Dat wordt allemaal herleid tot een taalprobleem.

"Er ligt politiek ideologisch een grote klemtoon op ‘werken’. Ik vind dat geen ultiem doel. Kijk naar de gasten in de bouw: ze geraken niet aan een legale job als werknemer. Ik werk met gasten die 12 uur per dag werken. Ze komen ‘thuis’, dat betekent: ze zoeken een rustige slaapplek in het park, eten wat brood met worst en drinken erbij."
Joris

Individueel en collectief welzijn zijn met elkaar verbonden

In het straathoekwerk botsen we vaak op structurele oorzaken van uitsluiting. We zetten daarop in met signaalwerk maar eigenlijk mogen we dat nog meer doen. Als rechten geschonden worden, moeten wij daarop hameren. Op die nagel slaan geeft mij niet dezelfde arbeidsvreugde als het investeren in warme contacten met gasten. Maar ik probeer het. Want wij moeten naast ons werk met de gasten ook andere perspectieven kunnen innemen. We werken niet alleen aan individueel welzijn, maar ook aan collectief welzijn. Dat is geen spectrum, het is gelinkt en verbonden met elkaar. Het gaat over eenzelfde realiteit. 

Er zijn verschillende manieren om structureel te werken. We moeten onze appels niet in één mand leggen maar ik denk wel dat we nog meer mogen investeren in verhalen vertellen. We moeten ons misschien meer richten naar betrokken buurtbewoners en middenveldorganisaties in plaats van naar de hogere politieke regionen. En coalities opbouwen met collectieven, vakbonden en bijvoorbeeld krakersgroepen. Formeel en informeel, individueel en collectief. Daarin investeren heeft ook gevolgen: het betekent dat je tijd en middelen vrijmaakt als organisatie om hierop in te zetten. Bij JES hebben ze bijvoorbeeld een signaalwerker die zich laat voeden door formele en informele gesprekken met de straathoekwerkers en soms mee de straat op gaat. Jaarlijks worden er een aantal signalen uitgekozen waar meer rond gedaan wordt. Zo werk je aan structurele verandering.

"Als rechten geschonden worden, moeten wij daar op hameren. Op die nagel slaan geeft mij niet dezelfde arbeidsvreugde als het investeren in warme contacten met gasten. Maar ik probeer het. Want wij moeten naast ons werk met de gasten ook andere perspectieven kunnen innemen. We werken niet alleen aan individueel welzijn, maar ook aan collectief welzijn."
Joris

Aan het straathoekwerk moet je niet rammelen

Straathoekwerk is een werkvorm die we moeten bewaken. Er mag niet aan gerammeld worden. We zijn welzijnsgericht en het heeft zijn redenen dat we zo werken. Ook het marktdenken sluipt binnen in het middenveld. Alles moet efficiënt zijn: snel, met resultaat en dat voor zo weinig mogelijk geld. Efficiëntie is een middel maar we moeten het over het doel hebben.

Het voordeel van straathoekwerk is dat het – niet helemaal aangepast – maar wel klaar is om met de complexiteit en tegenstrijdigheid in mensen om te gaan. En die tegenstrijdigheid vertalen we welzijnsgericht. Soms proberen lokale besturen ons te sturen richting andere doelen. Af en toe mag het eens botsen want zo blijf je zuiver werken en kan je mooi aflijnen wat we wel en niet doen. Veiligheid is vaak een secundair effect van wat we doen en dat is oké. Maar het is geen hoofddoel.

Wat mijn collega’s doen rond ‘Housing First’ toont dat perfect aan. Housing First werkt traag en is best duur want gasten krijgen een intensieve begeleiding. De bijwerking van Housing First is dat mensen zich goed gaan voelen en dat structurele dakloosheid verdwijnt. Dat merk je ook in de publieke ruimte want gasten zijn niet meer aangewezen op de straat om te overleven. Buurtbewoners voelen zich veiliger, maar ook gasten voelen zich veiliger want ze hebben een eigen plek. Je krijgt dus heel wat preventieve effecten door welzijnsgericht te werken. 

Het is trouwens prachtig dat je tegen een gast die helemaal down en out is, kan zeggen: wij hebben een woning voor jou en we gaan jou goed omringen met warme collega’s die supergeduldig zijn zodat jij in die woning kan blijven. Ze gaan jou niet straffen of buitenzetten want jij bent huurder. Dat betekent dat je mag doen wat jij wil. We zorgen dat je frigo en kasten vol zitten, dat je koffie, tabak en een televisie hebt. En heb je zin om 3 keer te douchen per dag? Dat is prima. We laten jou tot rust komen. En stilletjes aan, beetje per beetje, gaan we op jouw ritme werken. En ik ga als straathoekwerker af en toe langskomen om koffie te drinken en dan hoor ik van jou of het lukt. 

Het resultaat waar ik mij toe verbind, is dat ik contact leg, contact hou, ervoor probeer te zorgen dat iemand zich terug goed voelt en wat meer regie in eigen handen kan nemen. En lukt het niet? Ook dan blijf ik er zijn, zelfs als iemand zijn woning verliest of helemaal doordraait. En misschien proberen we het later opnieuw. Dat is heel traag werken. Soms lukt het niet de eerste keer, de tweede keer of de derde keer. Maar wij gaan niet weglopen. 

"Het is trouwens prachtig dat je tegen een gast die helemaal down en out is, kan zeggen: wij hebben een woning voor jou en we gaan jou goed omringen met warme collega’s die supergeduldig zijn zodat jij in die woning kan blijven."
Joris

Meer weten?

Lees de 10 tips van Joris voor beginnende straathoekwerkers

Meer weten over straathoekwerk?

Wil je meer weten over straathoekwerk? SAM organiseert ook één keer per jaar een initiatie straathoekwerk. Tijdens deze meerdaagse cursus dompelen we beginnende werkers, coördinatoren en geïnteresseerden onder in de wondere wereld van het straathoekwerk. 

Lees meer over straathoekwerk