De erkende instellingen voor schuldbemiddeling in Vlaanderen registreren jaarlijks het aantal gezinnen in budget- en schuldhulpverlening. Deze registratie gebeurt aan de hand van het basisregistratieformulier. SAM, steunpunt Mens en Samenleving analyseert de cijfergegevens. Dit rapport bundelt de cijfers en signalen van de voorbije beleidsperiode, van 2019 tot 2024.
Algemeen beeld
In Vlaanderen zijn momenteel 313 instellingen erkend voor schuldbemiddeling: 298 OCMW’s, 11 Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW’s) en 4 intergemeentelijke OCMW-verenigingen. OCMW’s zijn de grootste aanbieders, goed voor 95% van de begeleidingen. CAW’s nemen 5% voor hun rekening, en de OCMW-verenigingen minder dan 1%.
In 2024 deden in totaal 48.394 gezinnen een beroep op erkende instellingen voor budget- en schuldhulpverlening. De meest aangeboden hulpvormen waren budgetbeheer (41,89%), schuldbemiddeling (38,77%) en budgetbegeleiding (15,77%). Het aandeel aanstellingen als schuldbemiddelaar binnen een procedure collectieve schuldenregeling bleef beperkt tot 3,47%.
De instellingen werken grotendeels complementair: OCMW’s focussen op budgetbeheer en schuldbemiddeling, CAW’s op budgetbegeleiding, en OCMW-verenigingen kunnen aangesteld worden als schuldbemiddelaar binnen een procedure collectieve schuldenregelingen.
Cijfers en trends
Hier alvast enkele vaststellingen die opvallen wanneer de registratiegegevens geanalyseerd worden.
-
Algemene daling
Het aantal gezinnen dat gebruikmaakt van budget- en schuldhulpverlening daalt jaar na jaar. In 2024 bedroeg de daling 13,85% ten opzichte van 2019. Deze daling is het meest uitgesproken bij de OCMW’s. -
Toename in stedelijke gebieden
Tegenover de algemene daling valt een stijging op in grootsteden en stedelijke randzones (grootstedelijke randzones: +37,36%, grootsteden: +12,30%, Brusselse stadsgebied: +35,40%). In andere gebiedstypes blijft het aantal gezinnen in begeleiding dalen. -
Stijging bij CAW’s
Vanaf 2022 stijgt het aantal cliënten bij de CAW’s opnieuw: +3,15% in 2022, +14,21% in 2023 en +10,21% in 2024. Deze stijging is toe te schrijven aan een hernieuwde focus op schuldhulpverlening en verbeterde registratiepraktijken.
Aan de hand van een aantal open vragen in het basisregistratieformulier kunnen de erkende instellingen elk jaar de aangeleverde cijfers duiden. Ook hier zien we aantal vaststellingen:
-
Overlevingsschulden in de top drie
Wanneer hulpverleners gevraagd wordt naar de aard van de schulden, worden overlevingsschulden – schulden door kosten voor basisbehoeften zoals huur, energie en voeding – steevast in de top drie vermeld. Meer dan de helft van de instellingen noemt de wooncrisis een belangrijke oorzaak. -
Overbestedingsschulden snelste stijger
Eén op vier instellingen signaleert dat impulsaankopen, vaak gestimuleerd door AI-algoritmes en ‘dark patterns', steeds vaker problemen veroorzaken. Dat is een stijging van 145% tegenover 2020 (de eerste keer dat dit werd vermeld in de basisregistratie). Vooral jongeren blijken extra kwetsbaar voor dit type schulden.
Duiding: Minder schulden of minder toegang tot hulpverlening?
De dalende cijfers van het aantal gezinnen in budget- en schuldhulpverlening sluit aan bij het algemeen dalend aantal procedures collectieve schuldenregeling en de stagnerende armoedecijfers. Toch betekent dit niet noodzakelijk dat er minder gezinnen met problematische schulden zijn. Integendeel, het kan wijzen op beperkte toegang tot hulpverlening. Factoren zoals schaamte, beperkte mentale bandbreedte, of een strikt beleid kunnen verklaren waarom bepaalde groepen afhaken of uit beeld verdwijnen.
Bovendien vallen advocaat-schuldbemiddelaars, die schuldhulpverlening tegen betaling aanbieden, buiten de registratieplicht. Gezinnen die voor deze begeleiding (moeten) kiezen, zijn dus niet meer mee opgenomen in een registratie.
De antwoorden van schuldenhulpverleners duiden alleszins op complexe en essentiële schuldensituaties bij gezinnen. Eén op vijf instellingen merkt een toename van complexe schuldensituaties, waarbij vaak sprake is van een multiproblematiek. Dit kan eveneens een verklaring zijn voor de dalende cijfers: de hulpverlening stropt dicht door de toenemende intensieve ondersteuningsnood van de gezinnen. De top drie oorzaken zoals stijgende kosten van levensonderhoud of de wooncrisis zijn bovendien moeilijk aan te pakken binnen de individuele budget- en schuldhulpverlening.
De wooncrisis beïnvloedt ook andere levensdomeinen van gezinnen. Mensen met beperkte middelen wonen vaker in goedkope, maar energieverslindende woningen. Bijna de helft van de instellingen bevestigt dit verband. Hulpverleners signaleren bovendien steeds vaker dat gezinnen in begeleiding het risico lopen op uithuiszetting, met bijkomende stress en onzekerheid tot gevolg. Het gebrek aan goedkopere, kwaliteitsvolle woningen in Vlaanderen zorgt ervoor dat gezinnen niet kunnen doorstromen naar een andere woning en de oorzaken van schulden niet kunnen aanpakken.
Beleidsaanbevelingen
Schuldhulpverleners formuleerden via de open vragen ook een aantal beleidsaanbevelingen. Hieronder de vijf meest genoemde:
- Investeer in betaalbare en kwaliteitsvolle woningen, met nadruk op sociale huisvesting.
- Zet in op algemene preventiecampagnes en sensibilisering rond budgetbeheer en schuldhulpverlening.
- Verhoog de toegankelijkheid van vakbonden, mutualiteiten en juridische partners voor betere samenwerking.
- Verstreng de wetgeving inzake reclame, consumentenkrediet en achterafbetaaldiensten.
- Implementeer structurele financiële educatie in het lager en secundair onderwijs, met specifieke aandacht voor jongeren.