Standpunt

Een kritische blik op aanbieders van BNPL (buy now pay later)

Oproep aan advocaten en vrederechters

Waarom mogen BNPL-aanbieders aan iedereen kredieten verlenen, ook aan wie schulden heeft of geen budget heeft? Ze moeten geen kredietwaardigheidsonderzoek uitvoeren, maar klopt dat inhoudelijk wel? En mikken zij bewust op financieel kwetsbare kopers?

SAM doet een oproep aan vrederechters en advocaten: onderzoek het verdienmodel van de BNPL-aanbieders en evalueer hun wettelijke verplichten.

Wat is BNPL?

BNPL - ‘buy now pay later’ of achterafbetalen - is een relatief nieuwe vorm van kredietverstrekking. Ze kende vooral opmars in de wereld van het online shoppen. De essentie: je koopt online een product maar je betaalt er niet onmiddellijk voor. Dat kan later, zonder extra kosten, meestal binnen de 30 dagen of maximaal 2 maanden.

Handig als je voor het verstrijken van die betalingstermijn het online gekochte product terugstuurt naar de verkoper met gebruik van je herroepingsrecht. Dan betaal je niets, of hoogstens de kosten van de terugzending. Hou je het product, dan moet je natuurlijk wel nog betalen.

Ondertussen bieden ook fysieke winkels BNPL aan. Bij hen bestaat geen wettelijk herroepingsrecht en zal je dus sowieso moeten betalen.

Zorgwekkende tendens

Het is evident dat BNPL eventuele impulsaankopen kan stimuleren. Met enkele muisklikken koop je een product zonder dat er onmiddellijk een cent van je rekening gaat. Nog problematischer wordt het als je eigenlijk geen budget had voor die aankoop en je de ‘vertraagde’ betalingsplicht niet aankan. En dat komt wel degelijk voor in de praktijk. Zo stelt het rapport Gezinnen in budget- en schuldhulpverlening in Vlaanderen - Gegevens 2020-2023: ‘De doorbraak van het online shoppen met de optie om achteraf te betalen, beschouwen de erkende instellingen als een zorgwekkende tendens. Apps met uitgestelde betaalopties (bijvoorbeeld Klarna) maken onlineaankopen zeer laagdrempelig en gemakkelijk. De erkende instellingen signaleren een toename van schuldopbouw via achterafbetaaldiensten, zeker bij jongeren’.

Lees ook: Koop nu! Betaal later? Een hellend vlak naar schuldenlast? van de FOD Economie met een uitgebreid rapport over BNPL in België, uitgevoerd door BV-OECO.

Gebrek aan regelgeving

Ook personen die al (ernstige) betalingsproblemen hebben, kunnen aan BNPL doen. Dit komt onder meer doordat BNPL-aanbieders grotendeels ontsnappen aan de wetgeving rond consumentenkredieten uit boek VII Wetboek Economisch Recht. Ze moeten geen kredietwaardigheidsonderzoek uitvoeren om na te gaan of de kredietnemer in staat is het krediet terug te betalen. Een nieuwe Europese Richtlijn maakt dit vanaf 20 november 2026 wel mogelijk.

Lees ook ons artikel Kredietovereenkomsten voor consumenten: nieuwe Europese Richtlijn.

Machteloos toekijken? Neem het verdienmodel van BNPL-aanbieders onder de loep!

Bij BPNL wordt het krediet meestal niet aangeboden door de eigenlijke verkoper maar door een kredietverstrekker: de BNPL-aanbieder.

Deze:

  • betaalt de verkoper.
  • ontvangt achteraf de betaling van de koper
  • richt zich bij wanbetaling tot de koper
  • ontvangt eventueel een kleine vergoeding van de verkoper

Betaalt de koper niet binnen de voorziene betalingstermijn? Dan kan de BNPL-aanbieder een schadebeding toepassen. Hij mag dit enkel indien overeengekomen met de consument en conform boek XIX WER over invordering van consumentenschulden:

  • De BPNL-aanbieder moet eerst een kosteloze herinnering versturen, waarbij de consument nog 14 dagen de tijd krijgt om alsnog betalen zonder extra kosten.
  • Het contractueel voorziene schadebeding moet rekening houden met de plafonds van artikel XIX.4 WER over aanrekenbare intresten en/of de forfaitaire schadevergoeding:

Maximaal de intrestvoet die geldt voor betalingsachterstanden bij handelstransacties (11,5%);

en/of een forfaitaire schadevergoeding, waarbij het maximum afhankelijk is van omvang van de schuld:

  • Schuld lager dan of gelijk aan 150 euro: 20 euro;
  • Schuld tussen 150,01 en 500 euro: 30 euro vermeerderd met 10% van de schuld op de schijf tussen 150 en 500 euro;
  • Schuld hoger dan 500 euro: 65 euro vermeerderd met 5% van de schuld op de schijf boven 500 euro en maximum 2000 euro.

Voor niets komt de zon op!? Als men consumentenbescherming ernstig neemt, mag - of beter: moet - men zich afvragen of BNPL-aanbieders niet net dankzij die schadebedingen winsten genereren. Hoe word je anders ‘rijk’ door ‘gratis’ kredieten te verstrekken?

We stellen die vraag niet omdat winst slecht is: ze doet onze economie draaien. Ook niet om te stellen dat BNPL-aanbieders speculeren op de wanbetaling van (een deel van) hun klanten. Wel omdat ze kan helpen om te bepalen of BNPL-aanbieders vandaag ten onrechte uitgesloten zijn van de strikte regels rond het verstrekken van consumentenkredieten, zoals het niet voorafgaand moeten controleren of de kredietnemer wel kredietwaardig is.

Een belangrijk element daarvoor is een arrest van 17 oktober 2024 van het Europees Hof van Justitie:

De verwijzende rechter en de Nederlandse regering stellen evenwel dat niet kan worden uitgesloten dat op grond van de omstandigheden rond de sluiting van de betrokken overeenkomst kan worden aangenomen dat de verschuldigdheid van kosten van niet-nakoming deel uitmaakt van het verdienmodel van de kredietgever en dat die kosten derhalve in aanmerking moeten worden genomen bij het onderzoek of artikel 2, lid 2, onder f), van richtlijn 2008/48 van toepassing is. (…)

Artikel 2, lid 2, onder f), van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad moet aldus worden uitgelegd dat, behoudens gevallen waarin de kredietgever, teneinde een economisch voordeel te verkrijgen, er vanaf de sluiting van de kredietovereenkomst al op anticipeert dat de consument de betalingsverplichting niet zal nakomen, de vertragingsrente en de buitengerechtelijke incassokosten die een consument verschuldigd is ingeval hij zijn betalingsverplichting op grond van een kredietovereenkomst niet of niet tijdig nakomt, niet onder de begrippen „rente” en „andere kosten” in de zin van deze bepaling vallen, in beginsel ongeacht of deze rente en andere kosten van wettelijke dan wel contractuele aard zijn en ongeacht of die rente en andere kosten, zo zij van contractuele aard zijn, hoger zijn dan hetgeen wettelijk verschuldigd zou zijn.

(…) Het is dus aan de verwijzende rechter om na te gaan of de kredietgever in werkelijkheid zijn verplichtingen uit hoofde van richtlijn 2008/48 niet tracht te omzeilen door er vanaf de sluiting van de kredietovereenkomst al op te anticiperen dat de consument zijn betalingsverplichting niet zal nakomen, teneinde een economisch voordeel te verkrijgen uit de verschuldigdheid van rente en kosten van niet-nakoming. Daartoe is het aan die rechter om alle omstandigheden rond de sluiting van de betrokken overeenkomst en andere relevante factoren te onderzoeken, zoals met name de wettelijke dan wel contractuele aard van de rente en de kosten van niet-nakoming, de termijnen waarbinnen die rente en kosten opeisbaar worden en het bedrag van deze rente en kosten.

Toegepast op het Belgisch recht, kunnen we zo de uitsluiting van BNPL-kredieten van het toepassingsgebied van boek VII WER, op basis van artikel VII.3, §2, 3° WER in vraag stellen:

“Dit boek is niet van toepassing op (…) de consumentenkredietovereenkomsten zonder interest waarbij het opgenomen krediet binnen een termijn van twee maanden wordt terugbetaald en de kredietgever kosten vraagt die lager zijn dan 4,17 euro op maandbasis. Die kosten omvatten de kosten bedoeld in artikel I. 9, 41°, zo nodig berekend op basis van de elementen bedoeld in artikel I. 9, 42”.

Deze uitzondering is immers gebaseerd op aangehaalde artikel 2, 2, f) van de (huidige) Richtlijn inzake consumentenkrediet:

“Deze richtlijn is niet van toepassing op het volgende: (…) f) kredietovereenkomsten zonder rente en andere kosten, en kredietovereenkomsten waarbij het krediet binnen een termijn van drie maanden moet worden terugbetaald en slechts onbetekenende kosten worden aangerekend.”

Oproep aan advocaten en vrederechters

De situatie is nog te onzeker voor schulphulpverleners om met deze argumentatie aan de slag te gaan in hun (minnelijke) onderhandelingen met BNPL-aanbieders. Wel doen we een oproep aan advocaten wiens cliënten door BNPL-aanbieders voor de rechter worden gedaagd en aan vrederechters (ambtshalve en dit ook bij verstek) om hiermee verder aan de slag te gaan.

Dit is onze concrete oproep:

  • inzage vragen in het verdienmodel van de betrokken BNPL-aanbieder
  • nagaan of dit model erin bestaat te speculeren op wanbetaling
  • nagaan of het voor de BPNL-aanbieders economisch noodzakelijk is dat een aanzienlijk deel van hun klanten niet tijdig achteraf betalen.
  • Zo ja: vaststellen dat ze belangrijke verplichtingen uit boek VII WER ten onrechte niet zijn nagekomen en de hieraan verbonden sanctie toepassen.

Bij zo’n onderzoek naar ‘alle omstandigheden rond de sluiting van de betrokken kredietovereenkomst’ kan dus -in het algemeen- het verdienmodel van de BNPL-aanbieder in het vizier komen. Maar o.i. ook ingezette (online) marketingtechnieken, zeker als die specifiek gericht zouden zijn tot personen in een financieel kwetsbare positie. Het een en ander zou ook afgeleid kunnen worden als -in conreto- blijkt dat de BNPL-aanbieder zijn kredietproduct bleef aanbieden t.a.v. een gekende ‘wanbetaler’ die in het verleden toegepaste schadebedingen wel betaalde (de ideale klant?).

Eindnoot

Mogelijk zal een BNPL-aanbieder verwijzen naar deze artikels:

  • VII, §3, 1* WER: kredieten van minder dan 200 euro
  • VII, §3, 2° WER: geoorloofde debetstanden op een rekening die binnen een maand moeten worden afgelost
  • VII, §3, 3° WER: geoorloofde debetstanden op een rekening terugbetaalbaar op verzoek van de kredietgever of binnen een termijn van drie maanden

Dan is er slechts een gedeeltelijke uitsluiting van alle artikelen uit boek VII WER, en kan er een controle gebeuren van de artikels uit boek VII WER die wel van toepassing zijn.