Praktijkverhaal

De kracht van relationeel werken

Image

Op een zonnige vrijdagnamiddag ben ik te gast bij Carine. Carine en straathoekwerkster Viki kennen elkaar meer dan 24 jaar. Ik mag hen samen interviewen en word door Carine hartelijk onthaald. De koffie en koekjes staan klaar. Het huisje van Carine is gezellig aangekleed, met foto’s, tekeningen van de kleinkinderen en haar eigen kunstwerkjes aan de muur. Haar partner, Mario, kijkt naar het schriftje dat ik bovenhaal. ‘Als je Carines leven wil opschrijven, dan zal je meer dan 1 boekje nodig hebben’, glimlacht hij terwijl hij ons verlaat en we aan het gesprek beginnen. 

Wij gaan al lang mee, hé Mie! 

Viki en Carine leerden elkaar 24 jaar geleden kennen. Carine verliet haar ex-man, na een relatie waarin ze veel geweld onderging. Zonder enig vooruitzicht trok ze naar Lier. Door wat ze had meegemaakt in haar jeugd, was hulp zoeken bij haar vader onmogelijk. Met haar zus - die ook in Lier woonde - had ze geen contact meer. Het was Carines broer die Carine en Viki met elkaar in contact bracht. De eerste keer zagen de dames elkaar bij de kookclub. Dat is de voorloper van wat nu het sociaal restaurant is. ‘Mijn broer zei: ga maar naar Viki, da’s een hele goei. Die zal u wel helpen. En ze is mij altijd blijven helpen. Wij gaan al lang mee hé, Mie?’, lacht Carine.  

Voor Carine is Viki zoals een vriendin: ‘We praten niet alleen maar over miserie. We babbelen ook over leuke dingen, drinken koffie of doen eens iets samen, zoals gaan winkelen of het huis schilderen. Die toffe momenten zijn heel belangrijk. En heb ik een mindere dag? Dan bel ik naar Viki en komt ze langs. We hebben ook zoveel meegemaakt samen. Viki heeft mijn kinderen en kleinkinderen zien opgroeien. Ook zij kunnen bij haar terecht. We hebben zo goed als geen geheimen voor elkaar. Als ik Viki niet had, dan was het nooit allemaal in orde gekomen.’  

En tegelijk geeft Carine aan dat dit Viki haar werk is en dat ze ook haar privéleven heeft. ‘Ik zal nooit zomaar bellen in het weekend of Viki haar privénummer vragen. Ik heb in al die jaren 1 keer gebeld in het weekend en dan weet ze ook dat het echt heel dringend is’, zegt Carine. 

Een leven dat niet over rozen liep 

Na de scheiding moest het huis van Carine en haar ex-man verkocht worden. Dat betekent dat ze samen aanwezig moesten zijn in hetzelfde café om hun handtekening te zetten. Viki was blij dat ze er die dag kon zijn voor Carine: ‘De ex-man was heel agressief. Hij dreigde met fysiek geweld. Niet dat ik als straathoekwerker veel kon doen, maar zo stond Carine er toch niet alleen voor. Je kan de miserie als straathoekwerker niet altijd wegnemen, maar je kan het draaglijker maken door er te zijn.’ 

Carine leefde 2 weken op straat. Haar kinderen waren toen al geplaatst en zaten in een instelling. Carine krijgt het moeilijk als ze over haar kinderen praat: ‘Ik heb daar lang mee gezeten en het heeft lang geduurd voordat ik dat een plaatsje kon geven. Ik ben altijd blijven vechten voor mijn kinderen.’  

Wat haar bij blijft van de periode op straat, is het ronddolen en de vermoeidheid: ‘Ik liep ’s nachts altijd rond. Slapen deed ik niet. Ik was blij dat het eerste café om 6 uur open ging, zodat ik even kon gaan zitten. En ik had mijn plekjes waar ik mijn sigaretten rolde en dan vertrok ik weer’. Haar kinderen zaten op dat moment in een instelling in Leuven, waardoor ze ook nog eens regelmatig pendelde tussen Lier en Leuven om haar kinderen te zien.  

Nood aan een woonoplossing

Viki was in die periode erg bezorgd: ‘Ik wist dat Carine een sterke vrouw was, maar je gaat als straathoekwerker niet gerust naar huis. We belden toen heel vaak. Dan vertelde Carine waar ze was en dat was een geruststelling. Maar er was vooral nood aan een woonoplossing.’ 

In de nachtopvang was geen plaats. Noodgedwongen trok ze even in bij haar vader en kort daarna kon ze verblijven bij iemand die ze in het sociaal restaurant leerde kennen. Uiteindelijk kwam Carine in de crisisopvang terecht en zou ze een appartementje vinden. Ze kon het net betalen en het was groot genoeg om de kinderen in het weekend naar huis te laten komen. Met tweedehandsspulletjes wist Carine het appartement gezellig te maken. Ze probeerde nog een aantal keer een leven op te bouwen met een nieuwe partner, zonder succes. Dat maakt dat ze nog een paar keer verhuisde en telkens opnieuw haar (t)huis moest opbouwen. 

Gezondheidsproblemen

Meer dan 10 jaar geleden sloeg het noodlot toe. Carine kreeg kanker en werd ernstig ziek. Zelfs in die periode waren het haar kinderen en kleinkinderen die haar erbovenop kregen. Haar dochter kondigde aan dat ze zwanger was. Ze zou voor de eerste keer oma worden en dat gaf haar de moed om door te gaan en te vechten tegen de kanker in haar lichaam. 

Nu gaat het beter met Carine. Ze woont in een huisje dat ze huurt via de stad. Haar gezondheid is stabiel, hoewel ze niet zo mobiel is en met chronische rugpijn leeft. Vooral in de koude en donkere winterperiode komt ze niet vaak buiten. Maar haar kinderen en kleinkinderen komen regelmatig op bezoek. Ze is gelukkig met haar partner, Mario, maar ze heeft teveel meegemaakt om opnieuw te trouwen of samen te wonen. 

Een sterke vrouw, een moederkloek die iedereen helpt. 

Ondanks alle miserie, is Carine absoluut niet verbitterd. ‘Ik had wel eens een stressvolle periode en zat wel eens in de put. Dan sluit ik mij helemaal af, maar ik kom er altijd wel door.’ 

Viki beschrijft Carine als een moederkloek. ‘Zo leg ik dat ook uit aan andere diensten. Je moet verstaan dat ze haar kinderen verdedigt. Dat is heel normaal. Ze doet dat niet enkel voor haar eigen familie, maar draagt zorg voor iedereen. Ze heeft zoveel kinderen en volwassenen opgevangen en gesteund. Als je bij Carine thuiskomt, dan staat er altijd een tasje koffie en een koekje klaar. Ook naar mij toe is ze zorgzaam. Ze zal altijd vragen hoe het gaat of bijvoorbeeld hoe de vakantie was.’ 

Carine heeft nog vele andere mooie eigenschappen. Ze is grappig en er wordt dus heel wat afgelachen. Ze is creatief, zowel met haar handwerkjes als in het oplossen van problemen. Ze vindt altijd een weg om haar doel te bereiken. Ze heeft het niet breed, maar kan rondkomen met weinig geld. Elke dag staat er een lekker en vers gekookt potje op tafel. Carine maakt de lekkerste gerechten, van stoofvlees tot gebraad. Vroeger werkte ze in het sociaal restaurant, waar iedereen van haar kookkunsten kon genieten. En wie bij haar langskomt, zal niet met honger van tafel gaan.  

Drempels bij andere organisaties en diensten 

Wanneer Carine die complimentjes hoort, bloost ze. Complimentjes krijgt ze niet vaak. In de hulpverlening worden sommige talenten niet gezien of beloond. Mensen - maar ook organisaties - vellen vaak een oordeel.  

‘Ik hoor niet goed en praat daardoor luid. Dat maakt dat ik soms boos overkom, terwijl ik er niet aan kan doen. Dat zorgt voor lastige situaties. Ik heb soms ook het gevoel dat ze niet écht luisteren. Sommige diensten zijn heel betuttelend, alsof ik zelf niks kan. Andere organisaties geloven de verhalen die anderen over mij vertellen, ook als ze niet waar zijn. Ik heb goede maar ook slechte ervaringen gehad met diensten’, aldus Carine. 

Bij veel diensten moet je jezelf aanmelden. Wie er niet zoveel van kent, loopt al snel tegen drempels aan. ‘Viki is erbij als ik iemand nieuw van een dienst leer kennen. De dag ervoor komt ze langs om dat gesprek samen met mij voor te bereiden. Zo weet ik wat er gaat gebeuren en waar ik mij aan moet verwachten’, vertelt Carine. Viki beaamt: ‘En als ik merk dat Carine tijdens zo’n gesprek wat in overdrive gaat vanuit onmacht, dan neem ik het even over en probeer het gesprek wat in goede banen te leiden’. 

Familie

De kinderen en kleinkinderen liggen haar nauw aan het hart. ‘Dat mijn kleinkinderen nu ook in een instelling zitten, dat doet ontzettend veel pijn. Ik heb altijd gezegd: dat wil ik nooit van mijn leven terug zien. En dan gebeurt het toch. Ik ben heel gevoelig voor hoe er met mijn kleinkinderen wordt omgaan, bijvoorbeeld in de instelling’, zegt Carine. ‘Je moet ook altijd op je hoede zijn. Je huis moet altijd proper liggen, want je weet nooit dat er iemand komt aanbellen en wat er dan gebeurt. Ik geef dat mijn kinderen ook altijd mee’, vult ze verder aan.   

Carine helpt anderen graag uit de nood. Maar wie leeft van een vervangingsinkomen of in een sociale woning leeft, moet dat altijd heel goed doorspreken met diensten. ‘Ik heb in het verleden mensen geholpen, maar dat kan ook gevolgen hebben voor jouw eigen woonst of inkomen. Mijn dochter had ooit haar voet gebroken en kon nergens naartoe. Dan heb ik wel discussie gehad en gezegd: komaan mannekes, dat is mijn eigen bloed en ik zou haar niet mogen helpen? Dat vind ik heel erg.’

Carine leidt regelmatig mensen toe naar Viki. ‘Carine zorgt ervoor dat ik in contact kom met mensen die ik anders misschien niet zou ontmoeten’, vertelt Viki. ‘Klopt, ik ben eigenlijk een doorgeefluik hé. En doordat ik Viki al heel mijn leven ken, kan ik tegen anderen zeggen dat ze haar echt kunnen vertrouwen. Als je iemand naar een dienst doorverwijst, dan weet je niet bij wie die persoon terecht komt. Dan is de drempel groter’, vult Carine aan. 

In een ideale wereld zou straathoekwerk niet moeten bestaan

‘Om dat te realiseren zou iedereen laagdrempeliger moeten werken. Minder paperassen, intakes of lijstjes met doelstellingen waar mensen aan moeten voldoen. Hulp is vaak in tijd beperkt en er moet vordering zijn na bijvoorbeeld 6 maanden. Daarin verschilt het straathoekwerk van andere werkvormen’, verduidelijkt Viki. 

Ruzie of meningsverschillen hebben Carine en Viki nooit gehad. Ze zitten bijna altijd op dezelfde golflengte en praten eerlijk met elkaar. Toen Viki de raad gaf om budgetbegeleiding te overwegen, had Carine wel tijd nodig: ‘Nee Viki, daar moet ik over nadenken. Dat was mijn eerste reactie. Het was zeker niet mijn dada, maar ik het toch gedaan. Viki gaf mij ruimte om na te denken en zette geen druk.’  

Wat als Carine burgemeester zou zijn? 

Daar heeft Carine duidelijk al over nagedacht: ‘Ik zou het opnemen voor mensen in armoede. De huizen die leegstaan zou ik inzetten als crisiswoningen, zodat geen mens op straat hoeft te leven. Huisvesting is voor mij het belangrijkste thema om aan te werken. En Viki? Die wordt mijn rechterhand als ik burgemeester zou zijn.’ 

Wat wenst Viki aan Carine voor de toekomst? 

‘Ik hoop voor Carine dat de kleinkinderen op korte termijn terug thuis wonen en haar kinderen met hun gezinnetjes een stabiel leven hebben. Als die rust er is, dan gaat het ook beter met Carine. En vooral hoop ik dat ze nog heel lang gezond blijft, zodat ze nog lang voor ons allemaal kan zorgen’, lacht Viki. ‘En als ik 60 jaar word, dan is het een groot feest, met een barbecue!’, glundert Carine. 

Interview door Tamara Laevaert