Op 21 juli 2025 bereikte de federale regering een zomerakkoord met daarin verregaande hervormingen op het vlak van werk, pensioenen, sociale zekerheid en fiscaliteit. De maatregelen moeten de arbeidsmarkt flexibeler, werken aantrekkelijker en de sociale zekerheid betaalbaar maken. Maar ze hebben ook ingrijpende gevolgen, vooral voor mensen met een instabiele loopbaan of een beperkter inkomen.
In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen op een rij en bekijken we wat ze betekenen voor sociale professionals en hun organisaties.
Hervormingen in vogelvlucht
Het zomerakkoord omvat hervormingen in 4 grote domeinen: pensioenen, arbeidsmarkt, fiscaliteit en sociale zekerheid. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste maatregelen.
Er komt een bonus-malussysteem. Wie vroeger stopt met werken en geen volledige loopbaan kan voorleggen, krijgt een lagere pensioenuitkering. Wie blijft werken tot de wettelijke pensioensleeftijd, ontvangt daarentegen een bonus.
Daarnaast wordt het ambtenarenpensioen vanaf 2027 berekend op de volledige loopbaan van 45 jaar, in plaats van op de laatste 10 jaar. Ook de indexering van pensioenen en sociale uitkeringen wijzigt: die zal niet langer na 1 maand gebeuren, maar pas na 3 maanden.
Gevolg: Mensen met minder regelmatige loopbanen of deeltijdse jobs zullen moeilijker aan de voorwaarden kunnen voldoen en lopen daardoor een groter risico op inkomensverlies op oudere leeftijd.
De werkloosheidsuitkering wordt hervormd tot een tijdelijke verzekering, met een basisduur van twaalf maanden. Een verlenging is mogelijk op basis van het eerdere beroepsverleden.
Daarnaast verdwijnt de minimale wekelijkse arbeidsduur. Dat zorgt voor meer flexibiliteit voor zowel werkgevers als werknemers, maar kan ook leiden tot grotere werkonzekerheid. Ook de regels rond nachtwerk worden aangepast.
Gevolg: De arbeidsmarkt wordt soepeler, maar mensen met korte, tijdelijke of onzekere contracten dreigen daardoor in een kwetsbaardere positie terecht te komen.
De belastingvrije som, het deel van het inkomen dat automatisch vrijgesteld wordt van belasting, stijgt de komende jaren geleidelijk van ongeveer €10.910 naar €15.300 in 2029. Ook de werkbonus wordt uitgebreid, zodat werknemers met een laag inkomen minder sociale bijdragen betalen en dus netto meer overhouden.
Daarnaast wordt het fiscaal voordeel voor het eerste kind verhoogd van €1.980 naar €2.650 tegen 2029. Dat bedrag wordt gelijkgetrokken met het voordeel voor het tweede kind. Op termijn wordt gewerkt naar één uniform bedrag per kind.
Gepensioneerden krijgen meer ruimte om bij te verdienen via een gunstiger, vast belastingtarief dat de huidige progressieve tarieven vervangt.
Gevolg: Lage inkomens gaan er op korte termijn op vooruit, maar de hervormingen kunnen tegelijk de kloof vergroten tussen mensen met stabiel werk en wie dat niet heeft.
OCMW’s krijgen extra middelen, maar het leefloon – dat vandaag is vrijgesteld – wordt in de toekomst belast. Langdurig zieken zullen bovendien sneller worden opgeroepen voor evaluatie en re-integratie. Ook de fiscale aftrekbaarheid van onderhoudsgeld wordt afgebouwd.
In de gezondheidszorg worden ereloonsupplementen gereguleerd.
Gevolg: De hervormingen verschuiven de manier waarop inkomensbescherming is georganiseerd en verhogen de druk op lokale hulpverlening. Vooral de bestaanszekerheid van de meest kwetsbare groepen komt daarmee verder onder druk te staan.
Wat betekent dit voor sociale professionals?
De hervormingen vertrekken vanuit een duidelijk sociaal-economisch doel: mensen langer aan het werk houden en de sociale zekerheid financieel houdbaar maken.
In de praktijk zullen ze echter zorgen voor meer complexiteit en druk op hulp- en dienstverleners.
Sociale professionals zullen:
- vaker cliënten ontmoeten die sneller op hulpverlening aangewezen zijn
- meer tijd moeten besteden aan duiding van nieuwe regels en veranderde voorwaarden
- actiever moeten signaleren wanneer maatregelen leiden tot uitsluiting of bijkomende kwetsbaarheid
OCMW’s, CAW’s en andere welzijnsorganisaties worden daardoor nog belangrijke scharnierpunten bij het opvangen van de gevolgen van deze hervormingen — zowel in individuele begeleiding als in structurele beleidsduiding.
SAM volgt de ontwikkelingen op de voet
SAM volgt de verdere uitrol van de Arizona-maatregelen nauwgezet op en organiseert op 29 januari 2026 een online vorming over de Arizona-maatregelen en hun impact op de sociale zekerheid
Daarnaast start SAM in 2026 met een reeks artikels en webinars rond sociale rechten. In elk deel wordt één sociaal recht uitgediept, met duiding, praktijkvoorbeelden en een webinar voor verdere verdieping en uitwisseling.
Voor deze reeks werkt SAM samen met expert Ria Vandaele, die de inhoudelijke insteek en begeleiding verzorgt. Op die manier wil SAM bijdragen aan meer kennis, inzicht en handelingsperspectief voor iedereen die werkt aan toegankelijke hulp- en dienstverlening.