Meer over ethische knopen bij schuldhulpverlening
De wet (art XIX.23 WER) legt uitdrukkelijk vast dat een schuldhulpverlener gebonden is door het beroepsgeheim. Dat wil zeggen dat je geen informatie over je cliënt mag delen met anderen.
Hieronder gaan we in op:
Waarom is het beroepsgeheim belangrijk?
Je beroepsgeheim is een belangrijk instrument om een vertrouwensband met je cliënt te kunnen opbouwen. Bij financiële hulpverlening moet je vaak gevoelige informatie over inkomen, besteding, schulden, … vragen. Dat is nodig om als schuldhulpverlener een juiste inschatting te maken over de beste hulpverlening. Het beroepsgeheim maakt dat de cliënt die informatie zonder schroom kan delen. Hij heeft immers de garantie dat alles wat hij deelt met jou, geheim blijft.
Wat als je toch informatie moet delen met derden?
Om je doelstelling te bereiken, moet je uiteraard af en toe informatie over je cliënt delen met anderen.
De gouden regel:
Laat je cliënt zoveel mogelijk zelf de informatie delen.
Is dat niet mogelijk, vraag dan elke keer expliciet de toestemming.
Het gedeeld beroepsgeheim: info delen met andere hulpverleners?
Cliënten in schuldhulpverlening hebben vaak een complexe hulpvraag. Vaak moet je samenwerken en informatie delen met andere hulpverleners. Dat is niet zo evident.
Dit ga je het best vooraf na:
- Is mijn gesprekspartner gebonden door het beroepsgeheim? De spelregels over informatie-uitwisseling verschillen als de ‘ontvanger’ niet gebonden is door het beroepsgeheim.
- In welke context vindt de informatiedeling plaats? Ook hier gelden andere spelregels wanneer de finaliteit van je partner (bijvoorbeeld een justitiële taak) helemaal anders is dan die van jou (hulpverlening).
- Wat is de aard van de te delen informatie? Zolang het over anonieme informatie gaat is , speelt het beroepsgeheim niet (bijvoorbeeld een anonieme intervisie met andere erkende instellingen). Wordt een cliënt met naam en toenaam benoemd, dan speelt het beroepsgeheim uiteraard wel.
Zijn alle betrokken partijen gebonden door het beroepsgeheim, is de hulpverleningscontext dezelfde en is het noodzakelijk om informatie over de cliënt uit te wisselen?
Dan kan je dit rechtvaardigen op grond van het gedeeld beroepsgeheim. Dat houdt in dat relevante informatie moet kunnen worden gedeeld tussen meerdere hulpverleners die bij de behandeling betrokken zijn, zonder dat deze bekendmaking een schending van het beroepsgeheim van de betrokkenen zou inhouden.
Je beperkt je hierbij tot ‘need to know’ informatie over je cliënt. Wat niet ter zake doet, deel je niet.
Informatiedeling vertrekt altijd vanuit het belang van de cliënt. Je deelt informatie met derden omdat je ervan overtuigd bent dat dat positief is voor je cliënt. Blijf daarbij je vertrouwensband centraal stellen. Zorg ervoor dat je cliënt minstens op de hoogte is dat je informatie over hem deelt en dat hij (impliciet) instemt. In het kader van redzaamheid is het zelfs nog beter om je cliënt in de mate van het mogelijke actief te betrekken bij de informatie-uitwisseling.
Het gezamenlijk beroepsgeheim: info delen met je team?
In principe is het beroepsgeheim individueel. Dat wil zeggen dat je met niemand informatie over een cliënt mag delen. Maar soms is het nodig om af te stemmen met collega’s over een cliëntsituatie. Dat kan je rechtvaardigen op grond van het gezamenlijk beroepsgeheim. Daardoor kan alle voor de hulpverlening relevante informatie over de cliënt vrij circuleren binnen het team. Let wel: voor elke persoon die niet tot het team behoort, blijft het beroepsgeheim onverkort gelden.
De voorwaarden van het gezamenlijk beroepsgeheim zijn gelijkaardig aan die van het gedeelde beroepsgeheim:
- Alle betrokken zijn gebonden door het beroepsgeheim
- De hulpverleningscontext is dezelfde
- er worden relevante gegevens gedeeld in het belang van je cliënt
De relevantievoorwaarde is versoepeld van ‘need to know’ naar ‘good to know’.
Dit is geen vrijgeleide om zomaar alles te delen. De cliënt moet op de hoogte zijn en ingestemd hebben dat informatie over hem gedeeld wordt. Leg steeds enige terughoudendheid aan de dag om je vertrouwensband te beschermen.
Hoe vraag ik expliciete toestemming aan mijn cliënt om informatie te delen?
Aan het begin van een traject wordt vaak een overeenkomst ondertekend. Sommige organisaties nemen een algemene clausule op om toelating te vragen om in de toekomst informatie te mogen delen. In de modelovereenkomst voor Schuldbemiddeling is opgenomen dat informatie kan gedeeld worden in het kader van de schuldhulpverlening.
Op zich is het goed dat er bij aanmelding al expliciet aandacht is voor informatiedeling en dat het besproken wordt met de cliënt. Bij de start van een traject heb je nog geen zicht op welke informatie je bij welke instantie eventueel zou moeten delen, dus is het logisch dat dit vaag blijft.
Maar het ondertekenen van een overeenkomst met een dergelijke bepaling geeft je geen blanco cheque om informatie uit te wisselen met anderen. Wanneer je aanvoelt dat je anderen moet inschakelen of infomeren, bespreek je dat telkens transparant met je cliënt. Zo blijf jij een betrouwbare partner voor je cliënt en komt die niet voor verrassingen te staan.
Wat met het Bijzonder Comité (enkel OCMW-context)?
De OCMW-context is een bijzondere context. Het OCMW is de enige hulpverlening die ook extra financiële steun kan toekennen, bijvoorbeeld voor de aankoop van een winterjas, noodzakelijke huishoudtoestellen, ... De procedure hiervoor kan verschillen van OCMW tot OCMW. Maar in de meeste gevallen wordt deze beslissing genomen op het Bijzonder Comité.
Het Bijzonder Comité zal beslissen op basis van jouw gemotiveerde aanvraag. In kader van het beroepsgeheim is het belangrijk om af te wegen wat je wel en niet in deze motivering opneemt. Enkele tips om hiermee om te gaan:
- Beperk je tot de strikt noodzakelijke informatie.
- Maak op organisatieniveau heldere en goede afspraken met het Comité over wat gerapporteerd moet worden. Bij voorkeur wordt zo weinig mogelijk informatie gevraagd, en heeft het Bijzonder Comité vertrouwen in het oordeel van de schuldhulpverleners
- Houd de opdrachten zo zuiver mogelijk. Je scheidt bijvoorbeeld best het leefloondossier van het budgetbeheer of de schuldbemiddeling. Bij een leefloondossier komt vaak ook controle op voorwaarden kijken, wat soms haaks staat op je opdracht als schuldhulpverlener.
Uiteraard is het niet altijd mogelijk om deze opdrachten te scheiden, bijvoorbeeld in kleinere OCMW’s. Wees je in dat geval heel bewust van je dubbele opdracht. Verwoord dat ook in alle openheid naar je cliënt toe. Benoem wanneer je met welke pet op spreekt. - Communiceer transparant naar je cliënt over wat je moet rapporteren.
Wil je meer weten?
Methodisch en doordacht werken om je cliënt zo goed mogelijk bij te staan?