Het federaal regeerakkoord 2025-2029 voorziet een evaluatie van de regels voor minnelijke invordering van consumentenschulden en minnelijke schuldbemiddeling. Die traden nog maar recent in werking en zijn opgenomen in boek XIX van het Wetboek van economisch recht (WER).
We onthaalden de regels van boek XIX positief, maar uit de praktijk blijken ook zwaktes die tot misbruik leiden. Daarom formuleert SAM samen met negen andere organisaties concrete aanbevelingen voor die evaluatie.
In dit artikel vatten we de belangrijkste knelpunten en aanbevelingen samen. De volledige tekst lees je in onze Position Paper.
De context
Het federaal regeerakkoord 2025-2029 voorziet een evaluatie van boek XIX van het Wetboek van economisch recht (WER) en de nieuwe regels die het bevat over minnelijke invordering van consumentenschulden.
Deze regels voor minnelijke invordering traden eind 2023 in werking. In de zomer van 2025 gaf SAM al een eerste input voor de evaluatie ervan. Daaruit bleek dat de evaluatie ook de nieuwe regels over minnelijke schuldbemiddeling van boek XIX WER voor ogen heeft. Die traden halfweg 2024 in werking.
Samen met andere steunpunten, middenveld- en/of consumentenorganisaties maakte SAM nu ook een Position Paper op. Daarin sommen we onze prioriteiten voor een bijsturing van boek XIX WER op. De medeondertekenaars zijn:
Belgisch Netwerk Armoedebestrijding
Brussels Steunpunt voor de Diensten Schuldbemiddeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
Observatoire du crédit et l’endettement
Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV)
Réseau Wallon pour l'Accès à l'Énergie (Rwadé)
We overlopen hieronder onze aanbevelingen voor minnelijke invordering en voor minnelijke schuldbemiddeling en ons pleidooi voor een integrale aanpak van de schuldindustrie. De minnelijke fase is maar één schakel. Een effectieve bescherming van consumenten vraagt een visie op de hele schuldindustrie.
Minnelijke invordering
Allemaal vinden we de nieuwe regels over de minnelijke invordering opgenomen in boek XIX WER een stap vooruit. Denk aan het principe dat er een kosteloze herinnering moet worden verstuurd voordat een schadebeding kan worden toegepast en dat de consument het beding kan vermijden door hierna binnen de 14 dagen te betalen, de plafonnering van dat schadebeding, en de verplichte schorsing van de invordering als een minnelijk invorderaar (incassokantoor, gerechtsdeurwaarder of advocaat) kennisneemt van de aanvraag voor een afbetaalplan of betwisting door de consument.
Knelpunten
We stellen wel een aantal praktische knelpunten vast die een bijsturing vereisen.
- Onduidelijkheid over het toepassingsgebied
Als sectorale (federale of regionale) regelgeving ook regels bevat over de gevolgen van een laattijdige betaling door de consument is er nood aan meer uniformering. De wet moet verduidelijken wanneer overheden, overheidsbedrijven en administratieve entiteiten gelden als 'onderneming' en dus de regels van titels 1 en 2 van boek XIX WER moeten respecteren.
- Moeilijke berekening en de hoogte van het plafond van het schadebeding
De berekening voor de consument en voor de onderneming moet eenvoudiger. Het kan niet de bedoeling zijn dat men voor openstaande bedragen boven de 150 euro een rekenmachine nodig heeft. En voor de hoogste schijven van art. XIX.4 WER moet een verlaging doorgevoerd worden.
- Verschillende interpretaties over de verificatieplicht van minnelijke invorderaars
De wet moet verduidelijken dat dit niet enkel gaat over een cijfermatige toets van de plafonds. De verificatie moet ook gebaseerd zijn op bewijsstukken. De minnelijke invorderaar moet verplicht worden na te gaan of het schadebeding opgenomen was in het oorspronkelijk contract, de algemene voorwaarden of het reglement dat van toepassing zou zijn.
Aanbevelingen
Daarnaast formuleerden we twee aanbevelingen die een aanvulling op de regels impliceren.
Informeer de consument beter en sneller
De consument moet vanaf de eerste herinnering informatie krijgen over modaliteiten, oplossingen en steun:
- hoe kan je schuld betwisten en alle bewijsstukken opvragen
- de aanvraag van een afbetaalplan
- hulp en bijstand bij betalingsproblemen
Verbreed de schorsing van de minnelijke invordering
Zorg ervoor dat schorsing ook geldt in deze situaties:
- vanaf dat alle bewijstukken van de schulden werden opgevraagd tot aan effectieve overhandiging hiervan
- vanaf een gemotiveerde betwisting tot aan een gemotiveerd antwoord vergezeld van de gevraagde bewijsstukken
Minnelijke schuldbemiddeling
De ondertekenaars onthalen ook de nieuwe regels in boek XIX WER over de minnelijke schuldbemiddeling positief:
- Ze leggen duidelijk rechten en plichten van alle betrokken partijen vast.
- Ze voorzien inspraak van de schuldenaar op cruciale momenten binnenin het traject.
- Ze verankeren wettelijk dat de minnelijke schuldbemiddelaar de correctheid en wettelijkheid van de schulden moet controleren. En dit niet alleen voor instellingen erkend voor schuldbemiddeling maar ook voor de andere actoren die minnelijke schuldbemiddeling aanbieden (gerechtsdeurwaarders en advocaten).
Maar de wetgever moet ook deze regeling bijsturen en aanvullen. We formuleren daarvoor twee aanbevelingen.
Aanbevelingen
Verduidelijk de bevoegdheid van de schuldbemiddelaar
Hoewel het volgens ons duidelijk is dat de minnelijke schuldbemiddelaar als gevolmachtigde 'namens en voor rekening' de rechten van de consument kan uitoefenen, trekken sommige ondernemingen en invorderaars dit in de praktijk in twijfel. Daarom moet de wet verduidelijken dat de schuldbemiddelaar deze bevoegdheid wel degelijk heeft. Dit gaat meer bepaald over:
- De plicht voor de onderneming of schuldinvorderaar om alle bewijstukken van de schuld te overhandigen nadat hiertoe de vraag werd gesteld. Anders kan de minnelijke schuldbemiddelaar de wettelijkheid van de schulden niet controleren.
- De plicht tot schorsing van de minnelijke invordering als de minnelijke schuldbemiddelaar alle bewijstukken van de schuld opvraagt, een afbetalingsvoorstel voorlegt, een gemotiveerde betwisting van de schuld opwerpt of nadat hij meldt dat een collectieve schuldenregeling wordt aangevraagd.
Geef schuldbemiddeling de tijd die ze nodig heeft
Als een traject minnelijke schuldbemiddeling wordt opgestart kan en mag er niet zomaar worden overgegaan tot het formuleren van afbetaalvoorstellen. Boek XIX WER voorziet daarvoor verschillende verplichte stappen:
- Het bepalen van een leefgeld dat schuldenaar en gezin toelaat een leven te leiden dat voldoet aan een menswaardige levensstandaard — wat tegelijk de schuldaflossingscapaciteit bepaalt.
- Het uitputten van sociale rechten, het inventariseren van alle schulden en dus ook de controle van de wettelijkheid van deze schulden.
Dit ernstig en zorgvuldig doen, vraagt tijd. Daarom pleiten we in de Position Paper voor een extra grond om de minnelijke invordering te schorsen, voor minstens drie maanden en verlengbaar: de melding door de schuldbemiddelaar dat een traject minnelijke schuldbemiddeling is opgestart.
Nood aan een integrale aanpak
De regels van boek XIX over de invordering van consumentenschulden zijn maar een schakel in een eventueel invorderingsproces. Bovendien regelen ze niet alle situaties van minnelijke invorderingen. Titel 1 en 2 van boek XIX WER behandelen alleen schulden van consumenten bij ondernemingen. Om de totaliteit van de schuldindustrie aan te pakken en schuldenspiralen te voorkomen, moet de aanpak verder reiken. Twee elementen en hun samenhang verdienen daarbij aandacht:
- De gerechtelijke invordering: procesrecht of de gedwongen tenuitvoerlegging via beslaglegging en de tarieven die gerechtsdeurwaarders hierbij moeten hanteren.
- De mogelijkheden voor overheden en sommige overheidsbedrijven om zonder rechterlijke tussenkomst zelf of via een gerechtsdeurwaarder over te gaan tot gedwongen tenuitvoerlegging.
Hetzelfde geldt voor de minnelijke schuldbemiddeling. De evaluatie daarvan moet ook haar verhouding tot de collectieve schuldenregeling en tot maatregelen voor ondernemers met ernstige schuldproblemen in kaart brengen.
Meer weten
Lees ook ons artikel De minnelijke schuldbemiddeling van A tot Z uitgelegd.