Brugge start dit jaar met straathoekwerk. Een bewuste keuze, ingegeven door een groeiende en steeds zichtbaardere problematiek van dak- en thuisloosheid. Drie voortrekkers vertellen waarom Brugge deze stap zet en hoe dat proces verloopt.
Mieke Van Opstal is beleidsmedewerker armoedebeleid en sociale data bij Stad Brugge. Vanuit de cel lokaal sociaal beleid speelde ze een belangrijke rol in het agenderen van straathoekwerk op beleidsniveau. Koen Gadeyne is actief binnen het OCMW rond trajectwerking voor niet-Belgen en de collectieve opvang van Oekraïense vluchtelingen. Hij startte zijn carrière als vindplaatsgerichte jeugdwerker. Thibault Jonckheere is coördinator van welzijnsvereniging ’t Sas, waar het straathoekwerk zal ingebed worden. 't Sas verenigt alle deelwerkingen rond dak- en thuisloosheid: van nachtopvang tot preventieve woonbegeleiding.
Van onzichtbare noden naar zichtbare dak- en thuisloosheid
Er is al lang nood aan straathoekwerk in Brugge. Toch heeft het jaren geduurd om ‘straathoekwerk’ op de politieke agenda te krijgen. Vroeger was dak- en thuisloosheid heel onzichtbaar in de stad, maar het aantal mensen in precaire situaties neemt toe en problemen worden alsmaar complexer. Dat maakt dakloosheid veel zichtbaarder in de publieke ruimte, wat soms zorgt voor spanningen of overlast.
Aan het station waren er een tijdje conflicten tussen jongeren en dakloze mensen. Ook vanuit de bibliotheek kwamen meer signalen van mensen die er sliepen of hun behoeften deden. Het gevolg van die grotere zichtbaarheid is dat het onderwerp bij de bevolking begon te leven en politici steeds vaker werden aangesproken met de vraag: ‘doe hier iets mee’.
Samen op dezelfde nagel kloppen
In de voorbereiding van het meerjarenplan heeft de cel ‘lokaal sociaal beleid’ verschillende participatiesessies georganiseerd met partners. Daaruit kwam heel duidelijk de nood aan straathoekwerk. Het was een gezamenlijke vraag vanuit verschillende sociale organisaties, verenigingen, de sociale huisvestingsmaatschappij, armoedeadviesraad, psychiatrie, … Maar ook politie en veiligheidsdiensten waren vragende partij. Ook zij worden geconfronteerd met mensen waar ze geen weg mee weten.
Er is een sterk aanbod van sociale organisaties actief in de stad die zelf ook een stukje aan de slag gaan in de leefwereld, bijvoorbeeld als er een melding komt van iemand die dakloos is. Maar als iemand geen hulp wil, dan stopt het. Straathoekwerk neemt tijd om vertrouwen op te bouwen en aanwezig te blijven. Die aanwezigheid in de leefwereld is moeilijk vol te houden als het niet de hoofddoelstelling is.
Beleidswerk heeft duwjaren nodig
Dat de neuzen in dezelfde richting staan, is een belangrijke eerste stap. Maar pas dan begint het beleidswerk. Beleidswerk heeft altijd een aantal jaren ‘duwwerk’ nodig. Het vergt tijd om iets hoog op de politieke agenda te krijgen en geesten te doen rijpen met het besef: hier is een tekort.
Je moet beleidsmakers betrekken. Zij zien niet altijd wat er aan de onderkant van de samenleving gebeurt. We hebben in Brugge het voordeel dat ons bestuur een ‘sociale’ kaart trekt. Zo was de burgemeester vroeger voorzitter van het OCMW. Dat zorgt mee voor een grote betrokkenheid in het schepencollege. Ook de schepen van Sociale Zaken was grote voorstander van het opstarten van straathoekwerk in Brugge.
Daarnaast hebben we moeten verduidelijken wat straathoekwerk precies inhoudt. Straathoekwerk heeft vaak het imago van: ‘ze lopen maar wat rond’, ‘ze doen wat babbeltjes en drinken koffie’, maar straathoekwerk is een uitgeschreven en onderbouwde werkvorm, met doelstellingen, een werkwijze en deontologie. Kies je voor straathoekwerk? Dan kies je voor een specifieke manier van werken.
We hebben een plan van aanpak geschreven en dat is goedgekeurd door het bestuur. De burgemeester en schepenen zijn hierin meegenomen. Er is bewust gekozen voor een werkvorm die werkt op het ritme van mensen en traag maar gestaag opbouwt. Ze weten ook dat straathoekwerk er niet is om brandjes te blussen of overlast te bestrijden.
Onderdompeltijd
We verwachten dat dak- en thuisloosheid een thema is waar straathoekwerk mee aan de slag zal gaan. Maar er is zeker openheid om contact te leggen met andere doelgroepen. We kiezen dus eerder voor een territoriale, vindplaatsgerichte aanpak. We willen niet te snel invullen met wie gewerkt zal worden. De straathoekwerkers moeten vooral de tijd krijgen om zich onder te dompelen. Want misschien zijn er nog andere zeer kwetsbare – en minder zichtbare – doelgroepen in de stad aanwezig.
Twee straathoekwerkers met open vizier gezocht
We zijn momenteel bezig met het voorbereiden van het functieprofiel. We hopen in de paasvakantie de aanwervingsprocedure te starten. We stellen geen diplomavereisten, omdat we zo ruim mogelijk willen aanwerven. Er komt wel een verplichte capaciteitsproef. We geloven dat zowel mensen met een diploma sociaal werk, als mensen die vanuit hun levenservaring werken, deze job professioneel en goed kunnen invullen. Er zijn veel dingen die je kan leren. Maar wat een straathoekwerker moet kunnen, dat leer je niet op de schoolbanken.
Wil je starten met straathoekwerk? Dit zijn nog enkele tips!
- Onderbouw de nood aan straathoekwerk vanuit een breed partnerschap.
- Betrek het beleid actief en maak zichtbaar wat er leeft in de stad, van onderuit.
- Benoem duidelijk wat straathoekwerk wel/niet is en schep van bij de start de juiste verwachtingen.
- Laat je bijstaan door experten, zoals SAM, steunpunt Mens en Samenleving of LiSS. Door de actieve rol van Ward (inhoudelijk medewerker straathoekwerk bij SAM), konden we snelheid maken. Ward hielp ons om meteen op een aantal vragen te antwoorden en ook randvoorwaarden scherp in beeld te brengen.